Wie Toscane zegt, denkt aan cultuur, kunst en geschiedenis. Aan steden als Florence, Pisa en Siena. Aan Lucca, San Gimignano en Volterra. Stuk voor stuk prachtige plaatsen die je zeker niet mag missen tijdens je Toscaanse vakantie. Maar Toscane heeft heel wat meer verrassingen in petto, die je niet gauw tegenkomt in de overzichten van Toscaanse must-sees!
Middeleeuwse stadjes en dorpjes waar je dan misschien niet een hele dag zoet bent of bekende bezienswaardigeheden kunt bekijken, maar waar je wel de sfeer van het authentieke Toscane kunt proeven. Daarom een lijstje met 10 minder bekende, maar daarom niet minder prachtige Toscaanse plekken die geknipt zijn voor iedereen die eens van die gebaande toeristische paden wil afdwalen.
1. Barga
Dit middeleeuwse stadje ligt in het noorden van de Toscane. Vanaf de Dom die hoog boven Barga uittorent, heb je een prachtig uitzicht over de Garfagnana en de Apuaanse Alpen. Bij helder weer kun je zelfs de beroemde Boog van Monte Forato zien. De oude binnenstad van Barga is gedeeltelijk omringd door de resten van de oude stadsmuren. Vanaf het centrale Piazza del Comune kun je via smalle straatjes en steile trappen de rest van het historische centrum ontdekken en waan je je even een paar eeuwen terug in de tijd. Een sfeer die wordt versterkt door gebouwen als de vroegmiddeleeuwse Palazzo Pretorio en de Kerk van het Heilige Kruis.
2. Montecatini Terme en Montecatini Alto
Montecatini is, net als veel Toscaanse steden, opgedeeld in twee delen: een ouder gedeelte op de top van een heuvel en een deel van recentere datum aan de voet ervan. Het bijzondere aan de twee gedeeltes van Montecatini is dat ieder echt een heel eigen gezicht heeft. Twee totaal verschillende werelden die slechts verbonden zijn door een kabelbaan. Montecatini Terme is een deftige stad met statige gebouwen, brede straten en een heel mooi park dat is aangelegd rondom de beroemde thermen.
Montecatini Alto is daarentegen een veel minder gepolijst, echt middeleeuws dorpje. Je kunt er een bezoekje brengen aan de Sint Pieterkerk en de Torre dell’Orologio. Of, en dat is misschien veel leuker, een terrasje pikken op de Piazza Giuseppe Giusti. Hou wel in de gaten wanneer de kabelbaan de laatste rit naar beneden maakt: een vrij steile afdaling van 300 meter te voet in het donker is na een lange dag niet het je van het.
3. San Miniato (al Tedesco)
Als je over de rijksweg tussen Pisa en Florence rijdt, kun je het niet te missen! Er is namelijk maar één stadje op een langgerekte heuvel waarvan de Rocca zo statig de lucht insteekt: San Miniato. En het loont echt de moeite om er een tussenstop te maken. Start bij de Rocca en kijk uit over de Val d’Arno tot aan de uitlopers van de Apennijnen. Breng een bezoekje aan Piazza della Repubblica met het Seminarium, loop de Kathedraal aan de Piazza del Duomo binnen, bewonder de Torre Matilde, de kerk van de heilige Domenicus en wandel eens door het centrum. Er is altijd wel een marktje te vinden en mocht je er in november zijn, dan heb je grote kans met je neus in de witte truffels te vallen!
4. Bolgheri
Vraag een Italiaan wat het eerste bij hem/haar opkomt als ze de naam ‘Bolgheri’ horen en menigeen zal de eerste regels van het loflied ‘Davanti a San Guido’ van Giosué Carducci opzeggen. De lange laan die vanaf de Via Aurelia naar Bolgheri loopt werd hierdoor beroemd. En als je die weg inslaat, snap je waarom Carducci er zo vol lof over was: het is een prachtige, vijf kilometer lange laan met aan weerskanten eeuwenoude Toscaanse cipressen.
Bolgheri zelf is trouwens ook de moeite waard, zeker voor liefhebbers van goede wijn; in de kleine winkeltjes en ‘osterie’ kun je de heerlijke wijnen uit de streek proeven. Maar natuurlijk wel pas nadat je het huis waar Carducci woonde en het indrukwekkende kasteel van de Della Gherardesca hebt bekeken.
5. Pitigliano
San Gimignano, maar dan een beetje anders. Dat is waar Pitigliano met haar vele woontorens je vanuit de verte aan doet denken. Maar als je dan uiteindelijk langzaam bocht na bocht omhoog rijdt en naar boven kijkt, doet het stadje surrealistisch aan: het lijkt te zweven boven een rotsachtige uitloper. Pitigliano is fascinerend met haar nauwe straatjes en de prachtige uitzichten over de drie ravijnen aan de voet van de berg. Het staat bekend als “Klein Jeruzalem”, vanwege de grote en actieve joodse gemeenschap die er sinds de vijftiende eeuw woont.
Haar geschiedenis gaat echter terug tot aan het Etruskisch-Romeinse tijdperk. Buiten de stadsmuren ligt een enorm netwerk van in tufsteen uitgehakte, 3 tot 10 meter diepe kanalen die nog uit die tijd stammen. Het loont echt de moeite om één van de uitgezette wandelroutes in de ‘cave’ te lopen! Trek wel iets warms aan want ook ‘s zomers zijn de temperaturen een stuk lager. De holtes die je hier en daar in de wand van de groeves tegenkomt, werden als graftombes gebruikt door de Etrusken. Tegenwoordig hebben ze een heel ander functie: de opslagplaats voor de Pitiglianese witte wijn.
6. Massa Marittima
Massa Marittima was het centrum van de metaalmijnbouw in de Etruskische tijd. Het floreerde onder de Romeinen die er grote hoeveelheden koper en zilver vonden en in de 800 n.Chr werd het een bisschopsstad nadat bisschop Cerbine van Populonie zich er vestigde om te ontsnappen aan de malaria.
Het is één van de mooiste plaatsjes in de Toscane en doet denken aan Siena: Vanaf de Piazza della Repubblica leiden allerlei kleine steile straatjes al dan niet met trappen naar de andere delen van de stad. Aan het plein liggen de belangrijkste gebouwen zoals de Palazzo della Podestà, de Palazzo Comunale en de kathedraal van St.Cerbone die tussen de XI en de XIII eeuw gebouwd werd op een al bestaande kerk. Ga op zoek naar de oliefabriek die ergens verscholen ligt in een huis en ontdek hoe men hier vroeger de olijven persten.
7. Certaldo
Het wordt misschien wat eentonig, maar ook Certaldo is opgesplitst in een ‘Basso’ en een ‘Alto’. En wie geen zin heeft om de steile weg naar boven te lopen, kan de kabelbaan nemen die op het dorpsplein in Basso voor je klaar staat.
Certaldo Alto, ook wel Il Castello genoemd, is het historische deel van de stad met terracotta straatstenen en gebouwen van dezelfde kleur. Een fotogenieke plek, gezien het grote aantal bruidsparen dat er zelfs op regenachtige zaterdagen hun plaatjes laten schieten!
Certaldo Alto is de geboorteplaats van de 13e eeuwse Italiaanse schrijver en dichter Giovanni Boccacio. In de lange, brede straat die naar hem vernoemd is kun je zijn geboortehuis in één van de woontorens bekijken. In de oude binnenstad zijn mooie gebouwen en kerken te bekijken. En het Palazzo Pretorio of het Vaticaansgebouw met decoraties van Pietro Fiorentino moet je zeker niet missen!
8. Bagno Vignoni
Een nog echt onontdekt Toscaans pareltje: Bagno Vignoni. Dit klein dorpje met ongeveer 30 inwoners ligt op een heuveltop in de Val d’Orcia, in de buurt van Siena en San Quirico d’Orcia. Het dorpsplein bestaat uit een groot waterbassin waar warm water uit thermale bronnen naar boven borrelt en langzaam verdampt, waardoor er een sprookjesachtige sfeer ontstaat.
Rondom het waterbassin liggen renaissance gebouwen en de prachtige loggia van St. Catharina van Siena, die er een paar zomers vertoefde. Het grootste deel van het water uit het bassin stroomt naar de kuuroorden die je hier kunt vinden. De rest klatert het Parco dei Mulini in, het Natuurpark van de Molens. Hier stonden ooit vier middeleeuwse molens die belangrijk waren voor de lokale economie: zij functioneerden dankzij het thermale water ook in droge periodes, wanneer andere molens in de omgeving stil kwam te liggen. En als je het niet erg vindt om flink te dalen en weer omhoog te klimmen, moet je zeker de wandleing maken naar de baden onder in het park.
9. Anghiari
Anghiari behoort tot de mooiste vestigingsstadjes van Italië. Dankzij haar strategische positie vervulde het een belangrijke rol in de Middeleeuwen. In 1440 versloegen de Florentijnen er de Milanezen in de beroemde Salg bij Anghiari. Leonardo da Vinci schilderde het tafereel op een muur in het PalazzoVecchio in Florence. En hoewel men zegt dat die resco verloren ging tijdens een verbouwing van het paleis, zijn sommige historici ervan overtuigd zijn dat het achter de nieuwe fresco’s terug te vinden is.
De stadsmuren rondom het historische stadscentrum van Anghiari zijn stadsmuren zoals ze horen te zijn: imponerend en zo op het eerste gezicht onneembaar. Ronddwalend door de steile, sfeervolle straatjes kun je de Heilige Augustinus kerk bewonderen, de abdij en de Palazzo Pretorio, waarvan de voorgevel versierd is met wapenschilden en fresco’s. In het 15e eeuwse Palazzo Taglieschi is een museum gevestigd waar je naast werken van Andrea della Robbia en Jacopo della Quercia ook de beroemde ‘Catorcio di Anghiari’ kunt bekijken. Deze deurgrendel van de Porta del Ponte werd door de bewoners van het zeven kilometer verderop gelegen Sansepolcro gestolen en vervolgens teruggehaald door de bewoners van Anghiari. Het meest opvallende gebouw stamt echter niet uit de middeleeuwen, maar uit de 18e eeuw: het Teatro dei Ricomposti is een groots gebouw dat over heel Anghari uitkijkt
10. Belforte (Radicondoli)
Als je de smaak van het bezoeken van onbekende plekjes te pakken hebt en je het niet erg vindt om de middle-of-nowhere in te rijden om een heel klein dorpje op te zoeken waar toeristen niet vaak gesignaleerd worden, dan is Belforte echt iets voor jou! Dit dorpje in de buurt van Radicondoli, ook een mooie plaats om te bezoeken trouwens, onstond in ergens in de 11e eeuw als een kasteel. Het historisch centrum is daarom klein en knus, met verrassende hoekjes, mooie huizen en kerkjes die je niet altijd als kerk herkent. En, zoals alle Toscaanse verstigingsstadje, heeft het een prachtig uitzicht over de omgeving. Het is geen dagdeelvullende bezoek, er zijn geen spectaculaire gebouwen te bewonderen en er is geen winkeltje vol souveniers, maar wat betreft sfeer en ligging is het een echte aanrader!
