Wie aan Italië denkt, denkt toch ook aan romantiek. Aan gondels met lantaarntjes bij volle maan. Aan ballades onder de balustrades. Liefdesliedjes met veel gevoel. Rozen die tussen tanden worden geklemd. Toch?
En wie aan Italiaanse mannen denkt, denkt aan echte Latin Lovers. Mannen die galant zijn, gepassioneerd, charmant, temperamentvol. Onstuimig, drifitg maar tegelijkertijd ook gevoelig en complimenteus. Vurig maar ook zachtaardig. Geweldige en sensuele minnaars. Etc. etc. Toch?
Prettig wennen
Tja. Het klopt wel. Af en toe. Een beetje. Die stereotype etiketjes. Ik ken genoeg praktijkvoorbeelden waar al die labeltjes niet op zouden blijven plakken.
Maar het is als Nederlandse vrouw zijnde wèl prettig wennen als je hier aankomt en je opeens onverwacht een complimentje krijgt. Mannen je het gevoel geven jouw gezelschap erg op prijs te stellen. Belangstellende vragen stellen en naar je antwoorden luisteren met belangstelling.
Wel of niet geveinsd, dat laten we voor nu even in het midden.
Het is ook prettig wennen als ze een deur voor je openhouden. Of je helpen door galant de boodschappen voor je in de auto te tillen. Een paar grote stappen nemen om dat ontbrekende zakje suiker te pakken voor in je koffie. Je met een grote glimlach een glas wijn aanreiken op een feestje. Of op een andere manier attent zijn.
Het zijn die kleine dingen die het dagelijkse leven net eventjes dat beetje meer geven. Eerlijk gezegd zijn het die kleine dingen die er voor gezorgd hebben dat ik me sinds ik hier woon, meer ‘vrouw’ voel.
Charmes en galanterie: is het een kwestie van genen?
Of het in de Italiaanse-mannen-genen zit, dat galante? Ik dacht altijd van niet. Die lieve Italiaanse man waar ik mijn leven mee deel, is in heel veel opzichten namelijk geen stereotype Italiaan.
Geen gondels met lantaarntjes op ons eerste avondje weg, maar een auto aanduwen in het maanlicht tot de motor weer aanslaat.
Geen ballade onder de balustrade want de mandoline bespelen of liefdesliedjes zingen is niet echt zijn ding.
En op het moment dat hij met rozen zou thuiskomen, ga ik me ernstig zorgen maken over wat er goed te maken valt.
Maar hij is wel attent. Op de meest onverwachte momenten. En vaak als ik dat kleine beetje extra aandacht nodig heb. Het was alleen bij lange na nooit voldoende om te denken dat al die hoffelijkheid en charmes om je vrouwenhart te doen smelten aangeboren Italiaanse kwaliteiten zijn.
Ik ben ervan overtuigd: ja!
Tot voor kort dan. Want ik ben er nu van overtuigd dat het wèl zo is.
Ik heb namelijk sinds een tijdje een bewonderaar. Eentje die elke ochtend, als iedereen weg, is op mijn deur komt kloppen. Mij vertelt dat hij mij echt de allerliefste vindt. En eigenlijk gewoon de hele dag bij mij zou willen blijven. Samen. Hij en ik. Met zijn tweetjes. Maar dat dat helaas niet gaat, want hij moet nu echt, echt, echt weg. Mij een kus geeft, wegloopt, zich omdraait om te zwaaien, terugkomt en nog een zoen geeft. Zegt dat hij vanavond nog even langskomt om te kijken hoe het met me is. En dan met zijn prachtige glimlach de trap afloopt. Of springt. Gauw naar beneden om niet te laat te komen. Mij met een smeltend hart achterlatend.
Er is dus geen twijfel meer mogelijk: al die hoffelijkheid, al die charmes, Italianen hebben het gewoon in hun bloed.
Mijn buurjongetje van 4 is het levende bewijs!
