Vandaag is het 30 november en vieren we het Feest van de Toscane. Een feest dat sinds 2000 wordt gevierd, het jaar waarin het handvest van de grondrechten van de Europese Unie met daarin de grondrechten van de Europese burgers werd aangenomen. Voor de Toscaanse Provinciale Staten was dit aanleiding om een feest in te voeren ter herinnering aan een belangrijk moment voor de rechten van de mens. Op 30 november 1786 wijzigde namelijk Groothertog Pieter Leopold van Lorena, geïnspireerd door de ideeën van de Verlichting en het boek “Dei delitti e delle pene” (vert.: “Van misdaden en van straffen”) van de Verlichtingssfilosoof Cesare Beccaria, het strafrecht waarmee de Toscane de eerste staat ter wereld werd waar de doodstraf, marteling en het verminken van lichaamsdelen werden afgeschaft. Dat was een belangrijke omslag in de moderne geschiedenis, die langzaamaan navolging kreeg in de rest van Europa. Het feest wordt gevierd ter ere van iedereen die zich herkent in de waarden van vrede, gerechtigheid en vrijheid.
Blog
-
Plan de campagne
Plan de campagne
Na het nemen van de beslissing om te starten als freelance tekstschrijfster en vertaalster is het tijd om de eerste stappen te nemen. Maar hoe? Ik surf over het net, op zoek naar tips en adviezen van andere starters en freelancers, naar ideeën die ook iets voor mij kunnen zijn en naar de antwoorden op de vragen die bij me opkomen. En natuurlijk praat ik over alles wat me bezighoudt met een goede vriendin die als freelance-vertaalster werkt. Nadat ze mijn monoloog een tijdje geduldig heeft aangehoord, zegt ze droogjes dat ze mij een opzet voor een ondernemingsplan mailt. Volgens haar dé manier om lijn te krijgen in mijn verhaal en een goede leidraad bij het uitwerken van mijn plannen.
Ze heeft gelijk. De opzet is opgedeeld in verschillende delen met vragen: één deel gaat over de ondernemer, één over het marketingplan, één over het financiële plan en het laatste deel over de rechtsvorm en andere zakelijke aspecten. De vragen die je helpen bij het uitwerken van het plan zijn duidelijk. Wat zijn mijn persoonlijke motieven? Wat wil ik bereiken? Wat zijn mijn sterke en zwakke kanten en wat kan en weet ik? Wat wil ik precies verkopen en aan wie, welke prijs wil ik er voor vragen en hoe ga ik dadelijk mijn diensten onder de aandacht brengen? Wie zijn mijn concurrenten en wat bieden zij? Heb ik geld nodig om te starten? Hoe denk ik dat het kosten- en opbrengstenplaatje er uitziet de eerste paar jaar?. Ga jezelf de administratie doen of niet? En hoe regel je de algemene voorwaarden?
Het beantwoorden van die vragen is niet zo makkelijk als het op het eerste gezicht lijkt. Voor het eerst van mijn leven zwoeg ik om een tekst te schrijven. Ik denk lang na, rammel op mijn toetsenbord, schrijf kladjes, zucht, verkreukel blaadjes, zweet en zoek wat ik weggegooid heb weer op, denk nog eens diep na en begin overnieuw. Maar gaandeweg verschijnen mijn antwoorden op papier en krijgt mijn plan vorm. En na wat een eeuwigheid lijkt te hebben geduurd, ligt er echt iets klaar: het papieren fundament van mijn freelancerij als tekstschrijfster en vertaalster. Het begin lijkt er te zijn!
-
Noo-Noo
Noo-Noo
Ons huishouden is het beste te omschrijven als een gezellige bende. Je kunt er van de grond eten-de kruimels liggen daar hoogstens sinds de laatste stofzuig-en dweilbeurt eerder die dag- maar optisch schoon is absoluut anders.Ondanks mijn constante pogingen om mijn leven te beteren, ben ik zelf niet het meest opgeruimde type. En de rest hier rommelt gezellig met me mee en functioneert verbazingwekkend goed in een chaotische omgeving.
Maar soms ben ik het opeens echt zat. Niks stoort me dan meer dan de rondslingerende jassen, schoenen, boeken en andere spullen van man en kinderen. Veel meer natuurlijk dan mijn eigen schoenen waarover ik struikel terwijl ik al mopperend opruim. Alledrie kijken ze me op zo’n moment glazig aan, halen nog net niet hun schouders op en gaan stoïcijns verder met waar ze mee bezig waren, terwijl ik nog iets roep over “dweilen met de kraan open”, “jaren van mijn leven” en “boekje op de bank”. Mijn boodschap komt dus niet over. Mijn publiek wordt er niet door geraakt, laat staan dat het in actie komt. Tot afgelopen zondag.
Op zondagavond heeft mijn huis vaak meer weg van een slagveld dan van een interieur uit een woonmagazine. Afgelopen zondag was dat niet anders. En toen ik voor de tigste keer in een uur tijd stapeltjes maakte van huiswerk, tekeningen en reclameblaadjes, riep ik wanhopig: “Weten jullie hoe ik me voel? Ik voel me net Noo-Noo”. Hoewel we de Teletubbies-periode gelukkig al een tijdje afgesloten hebben, had het onverwacht effect. Opeens was het stil. Lief keek rond en grijnsde schaapachtig. De kinderen bekeken mij opeens met andere ogen en zàgen dat ik met hun spullen rondsjouwde. Het werkte! Mijn boodschap kwam zowaar over! Mijn publiek kwam zelfs in actie! Noo-Noo mocht op de bank zitten met een kopje thee en zij ruimden alles op. Ook mijn schoenen. En boeken. En jas. En hun eigen spullen. Een nieuwe ervaring, met dank aan de bedenkers van de Teletubbies. Na al die jaren begreep ik opeens het nut van hun programma. Noo-Noo houden we er in!
(16 november 2009)
-
Van start!
Van start!
En dan opeens zijn de kinderen groter en gaan ze naar school. Hét moment waarop bij deze full time mama de vraag rijst wat te doen met de rest van haar leven. Thuis blijven en doorgaan op de oude voet, wat hobbies erbij zoeken en van tijd tot tijd vrijwilligerswerk doen? Of dat als mogelijk alternatief houden en proberen weer aan de slag te gaan? Diep in mijn hart kijkend is de keus gauw gemaakt. Het kriebelt en ik wil weer aan het werk. En zoals bijna alles viavia gaat hier in Italië, krijg ik ook viavia allerlei banen aangeboden. Het wordt mij meteen duidelijk: parttime is bijna onmogelijk te vinden. En full time werktijden combineren met een gezin is niet makkelijk. Natuurlijk is er een vangnet van buren voor de noodgevallen, maar wat te doen tijdens de drie maanden durende zomervakantie van de kinderen?
Freelance
Er blijft nog één optie over. Een idee waar ik ook al mee speelde toen ik nog in Nederland werkte. Als ik nu eens voor mijzelf begin en mijn ervaring combineer met mijn liefde voor taal in een bestaan als freelance tekstschrijver en vertaalster? Eigen baas, meer vrijheid en, voor zover de opdrachten dat toelaten, flexibele werktijden. Beter te combineren met mijn gezin dan fulltime werken. En uiteindelijk ook meer voldoening dan werken voor iemand anders: alles wat je doet, doe je per slot van rekening voor jezelf! Opeens is het niet meer zo moeilijk om de knoop door te hakken.Twijfel
Maar dan. Het opstarten gaat stapje voor stapje, soms veel te traag voor een ongeduldig persoon als ik. En regelmatig slaat dat ongeduld om in pure twijfel. Kan ik het wel? Is het wel haalbaar, freelancen vanuit het buitenland voor de Nederlandse markt? Moest ik mijn droom maar niet liever een droom laten? Is werken sowieso wel een optie? Ik ben er toch een geruime tijd uitgeweest en er is veel veranderd.Surfend naar informatie ontdek ik dat ik niet de enige ben die met die onzekerheid worstelt. Er zijn vrouwen die net als ik goed opgeleid zijn, die om persoonlijke redenen hun carrière hebben onderbroken, belangrijke keuzes hebben gemaakt en nieuwe inzichten hebben opgedaan. En die, ondanks hun talenten en deze nieuwe ervaringen, ook van tijd tot tijd het gevoel hebben “het” niet meer te hebben. Eén en al herkenning. En een extra steuntje in de rug om toch door te zetten.
Vruchten
Nu begin ik langzaamaan de vruchten te plukken van mijn schrijf- en vertaalwerk. Niet zozeer in materieel opzicht, maar vooral persoonlijk. Er komt steeds meer balans tussen werk en gezin, ik heb geleerd over zaken waar ik anders echt niks van af zou weten en ik heb mijzelf beter leren kennen. Natuurlijk heb ik ook een paar keer mijn neus flink gestoten en verschillende keren onbedoeld het wiel opnieuw uitgevonden, maar ook dat hoort erbij. Of ik spijt heb van mijn keuze? Geen greintje, het is een ervaring die ik niet had willen missen! En het heeft meer dan genoeg stof opgeleverd om blogs te schrijven over het starten als freelancer in het buitenland. -
Iets nieuws of toch maar niet?
Iets nieuws of toch maar niet?
En zo plots als het kwik het afgelopen voorjaar omhoog schoot, zo snel daalde het de vorige week. Van de één op de andere dag geen shirtjes meer of zonder jas naar buiten, maar op zoek naar winterjas en sjaal. Tijd dus om in sneltreinvaart de inhoud van onze kleerkasten om te ruilen. Een moment waar ik een beetje tegenop zie. Wat past nog en wat echt niet meer? En dan heb ik het niet over de garderobe van de kinderen. Nee, ik dacht meer aan mijn eigen kleding. Zaten de broeken afgelopen winter al wat strak, dan kan dat na een zomer vol ijs en consorten alleen maar strakker zijn geworden. Ik sta nu voor een moeilijke keuze. Ga ik op kledingjacht om iets te vinden wat me wel past? Uit ervaring weet ik dat winkelen in Italië een crime is. De winkels hangen vol met de meest leuke dingen, die ook in een maatje groter niet altijd geschikt zijn voor mijn hollands gevormde bovenbenen en billen. Pashokdrama’s dus, die funest zijn voor mijn ego. Ik zou natuurlijk mijn kleerkast kunnen spekken met kleding die zelfs twee maatjes groter is. Maar wat als die zomerkilo’s dan toch opeens verdwijnen? Dan heb ik alsnog niks dat past in de kast. Ik denk dat ik maar voor de tweede keuzemogelijkheid ga. Gewoon wat beter letten op wat ik eet, zodat zelfs de te strakke winterbroeken straks weer als gegoten zitten. En als ik dan in een overmoedige bui ben, kan ik alsnog op kledingjacht.
(29 oktober 2009)
-
De boerderij
De boerderij
“Mam, mogen we een hond, we hebben nu al zes poezen.”
“Ik wil een stal voor onze paarden”
“Zet maar naast het kippenhok”
“Ik ga appels plukken!
“Ik ben klaar met ploegen. Zal ik katoen zaaien?”
“Doe maar, kunnen we over 4 dagen oogsten. Hoeven we van het weekend niks te doen.”
“Ja en dan kunnen we van de opbrengst meer land kopen.”
“Nee, dat gaat niet meer. Maar we kunnen dan wel een huis bouwen.”Eén van onze dagelijkse gesprekken. Als een onbekende ons zou horen praten, zou hij of zij denken met grootgrondbezitters te maken te hebben. En dat zijn we ook, virtueel gezien dan. Sinds een paar maanden zijn we echte Farm-Town-boeren. We ploegen, zaaien en oogsten tot we een ons wegen. We verkopen onze groente en fruit op de plaatselijke markt en kopen met onze verdiende centen weer spullen voor ons boerenbedrijf. We bezoeken buren en vrienden, harken met een muisklik de boel aan of zorgen ervoor dat de bloemetjes water krijgen. En dat allemaal zonder pijn in de rug na een dagje hard werken. Niks mensen om zeep brengen, vechten of stelen, zoals bij veel spelletjes op Facebook het geval is. Educatief dus best verantwoord vind ik. En het leuke is dat de makers iedere keer weer iets nieuws bedenken om het spannend te houden. Als ze nu maar niet op het idee komen om parasieten op onze gewassen los te laten. Moeten we dan toch nog aan het moorden slaan!
(8 oktober 2009)
-
De gemuilkorfde pers
Kon ik me na een blogstille zomer een mooier startpunt bedenken dan de manifestatie voor de persvrijheid en tegen de censuur afgelopen zaterdag in Rome? Nee eigenlijk. Toch zit ik al twee dagen naar een knipperende cursor op een wit scherm te staren en blijven allerlei gedachten door mijn hoofd tuimelen. Over de afgelopen zomer waarin iets wat eerder vooral onderhuids voelbaar was, nu opeens duidelijk zichtbaar werd: de invloed die de eerste minister in steeds grotere mate wil uitoefenen op de Italiaanse media. Gedachten over de Italiaanse persfederatie, die aangeeft dat het niet alleen het belangenconflict van de eerste minister, maar ook de verstrengeling van de informatie met de economische en politieke macht is, die zwaar op het land drukt. Over journalisten die bij het uitoefenen van hun vak geïntimideerd worden door, volgens onder andere een rapport van het Amerikaanse Freedom House, de georganiseerde misdaad en extreem-rechtse groeperingen. Rechtszaken die worden aangespannen door Berlusconi tegen onder andere de Repubblica en de Unità. Journalisten die in diskrediet worden gebracht en hun werk niet meer kunnen uitvoeren. De angst voor schadeclaims bij de media. De steeds strengere controle vanuit de regering op het reilen en zeilen bij de RAI. Gedachten over artikel 21 uit de Italiaanse grondwet (“Een ieder heeft het recht zijn eigen mening kenbaar te maken in woord, geschrift en elk ander middel van verspreiding. De pers kan niet worden onderworpen aan het vragen van toestemming of censuur…”.) en over artikel 19 uit de Universele verklaring van de Rechten van de Mens (“Een ieder heeft recht op vrijheid van mening en meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid om zonder inmenging een mening te koesteren en om door alle middelen en ongeacht grenzen inlichtingen en enkbeelden op te soren, te ontvangen en door te geven.”). Ik dacht aan aan allerlei uitspraken van Thomas Jefferson, de derde Amerikaanse president, die groot belang hechtte aan de persvrijheid voor het goed functioneren van een democratie, hoewel ook hij te maken had met een kritische pers. En aan de rol van de pers als “watch dog” om zaken aan de kaak te stellen. En toen bedacht ik me dat ik misschien maar beter niks kan schrijven. En maar eens op moest zoeken hoe het staat met dat italiaanse wetsvoorstel van vorig jaar om ook controle over blogs uit te oefenen. Want stel je voor… Laten we maar doen alsof er niks aan de hand is en onze neus bloedt. Een beetje autocensuur. Ik weet dat ik niet de enige ben. -
Feestweek
Feestweek
Nog twee nachtjes slapen en dan gaat lief voor een weekje weg. Wij achterblijvers missen hem nu al. Om dat gemis een beetje te verzachten, gaan we er hier een feestje van maken met alles net een beetje anders dan anders. We hebben na schooltijd heel erg veel afspraken met vriendjes en vriendinnetjes op het programma staan. We gaan een bioscoopje pikken en misschien wel twee, zodat we dadelijk weer helemaal kunnen meepraten. We gaan vooral erg lekkere dingen eten en truukjes bedenken om hier en daar toch nog wat vitamines naar binnen te smokkelen. En we gaan extra laat naar bed en heel lang uitslapen in het weekend en pas aankleden als we daar zin in hebben. We zijn er dus helemaal klaar voor, mijn kinderen en ik. Op één punt na: waar gaat iedereen slapen? Als het aan de pukken ligt, verhuizen ze voor een week naar mijn kamer. Beregezellig hoor, met zijn drietjes in ons grote bed en heel knus ook. Maar mijn kinderen zijn van de woelende, draaiende en duwende slaperssoort. De kans dat ik ’s ochtends fit opsta om vrolijk een nieuwe feestdag tegemoet te gaan is klein.Als het dus aan mij ligt, slaapt ieder in zijn of haar eigen bed. We hebben gelukkig nog drie dagen om te onderhandelen. Met “gezellig samen in één bed op vrijdag en zaterdag” als mogelijk compromis.
(30 september 2009)
-
Groeien
Groeien
Geen school meer met moederende juffen. Geen geren meer op het schoolplein. Meerdere gebouwen nu, nieuwe vakken en leraren waar je “U” tegen zegt. Een heel andere wereld dan onze 11-jarige, grote kleine man tot nu toe gewend was, die “medie”*. Dag één van het nieuwe schoolavontuur begint met buikpijn en een wit neusje. Zenuwachtigheid die voorgoed verdwijnt zo gauw zijn vier boezemvrienden in zicht komen. Samen gaan ze ‘s ochtends de school binnen en samen komen ze ’s middags weer naar buiten. Vol verhalen over alle ervaringen van die dag. Over die lieve juf van Frans en de leuke verhalen van de leraar geschiedenis. Over een wandeling door de regen naar de gymzaal in plaats van door de schoolgebouwen heen. Over de lange boodschappen slash eisenlijst van die rare vogel van techniek en de tekenlerares die een opvallende gelijkenis schijnt te vertonen met Roald Dahl’s beschrijving van heksen. Zelfs de meest stille van onze bende van vijf tettert ons bij de schooluitgang de oren van het hoofd.
Hun leventje is veranderd. En je merkt het aan hen. Zoon en zijn vrienden zijn de afgelopen dagen gegroeid. Niet fysiek, maar mentaal. Zoals ze ooit opeens niet meer helemaal baby, peuter en kleuter waren, zo zijn ze nu opeens niet meer helemaal kinderen. De contouren van de jong-volwassenen die ze straks zullen zijn, beginnen zich af te tekenen. Ze lijken anders te praten, anders te denken, zich volwassener te gedragen. En kijkend naar oudere schoolgenoten weet ik dat hun kindertijd bijna definitief voorbij is. Bijna. Want voor zover ik weet kruipen pubers niet tot de tanden bewapend met speelgoedpistolen over de grond op zoek naar voor mij onzichtbare vijanden. Of vergis ik me nu?*De italiaanse “medie” is een drie-jarige school tussen de lagere school en het hoger voortgezet onderwijs in.
(21 september 2009)
-
Griep
Griep
Langzaamaan steekt de H1N1- griep de kop op in de Italiaanse media. Ik las dat het beter is elkaar op school niet met een zoen te begroeten. En de eerste griepdode is, zonder al te veel ophef, begraven. Opvallend dat er niet meer aandacht is in een land dat normaal gesproken hypochondrische trekjes vertoont. Ten tijde van de SARS en de vogelgriep kon je de krant niet openslaan, de televisie niet aanzetten en geen gesprek voeren zonder dat het onderwerp “griep” binnen vijf minuten werd aangesneden. In Nederland werd naar mijn idee nuchterder gereageerd.
Nu lijkt het omgekeerd. In Nederland sijpelt de griep overal door in de media. Met grote verwarring bij mij tot gevolg: is het nu wel ernstig of niet? Als het echt ernstig was, hadden de Italianen toch ook al de alarmklok geluid? En mijn verwarring wordt nog groter als ik het webadres van de campagne “grip op griep” lees: grieppandemie.nl. Pandemie. Allerlei doemscenario’s schieten door mijn hoofd. Mensen die bij bosjes geveld worden. Eén en al ellende. Het eind van de wereld. Help! De tekst op de site is gelukkig geruststellender. Je zou bijna denken dat het om een gewoon griepje gaat. Vandaar misschien dat ze er hier weinig belangstelling voor hebben, zo buiten het griepseizoen om.
Maar waarom dan al die ophef in Nederland? Moet ik me stiekem toch ongerust maken als één van de kinderen niest? Zie ik in mijn onwetendheid iets over het hoofd? Mis ik belangrijke informatie? Ben ik te laconiek? Ik krijg het er warm van. Wel gek, want net voelde ik me nog okay. ’t Zal toch niet…?
(10 september 2009)