Na al die jaren steekt nog steeds een licht schuldgevoel de kop op als bezoek mij er naar vraagt. Ik beken het dan schoorvoetend. Als een kind dat met haar hand in de koektrommel wordt betrapt. Letterlijk. Daarom, om voor eens en altijd af te zijn van die afkeurende blikken en schuddende hoofden maak ik het nu wereldkundig:
Ik ontbijt op z’n Italiaans!
Een Italiaans ontbijt
Dat betekent niet dat ik elke ochtend in alle vroegte naar de bar ren voor mijn dagelijkse cappuccinootje en de bijbehorende, met een halve pot nutella afgevulde brioche. Ik ontken niet dat dat ook wel eens gebeurt. Maar ik ontbijt ook thuis gewoon op zijn Italiaans. Ik zet koffie, schuim melk op en eet een handvol koekjes bij mijn cappuccino.
Schuldgevoelens en knagend geweten
Waarom ik dan toch altijd dat lichte schuldgevoel heb?
Een klein beetje door de geshockeerde reacties van ons Nederlands bezoek. Maar grotendeels speelt mijn eigen geweten een rol. Ik groeide namelijk op met bordjes brinta. Die naderhand vervangen werden door stevige bruine boterhammen met jam. En heel soms kaas. Met natuurlijk de onmisbare beker melk of kop thee om alles weg te spoelen. Een goed begin, want dat is het halve werk.
Dat idee van ‘goed’ past niet bij die berg suikers zonder vezels waar mijn ontbijt tegenwoordig uit bestaat. Diep van binnen weet ik dat best, maar dat knagende geweten kan ik niet zo goed negeren als een Nederlander mij vraagt naar mijn ontbijt.
Goede gewoontes
Natuurlijk kun je je afvragen waarom ik die goede Nederlandse gewoonte niet in ere heb gehouden toen we naar Italië verhuisden. Voornamelijk door het gebrek aan een belangrijk basisingrediënt: bruin brood.
Bruin brood was in onze eerste jaren hier bijna niet te vinden. Laat staan lekker bruin brood. Het Toscaanse brood is geen goede vervanger: het ziet eruit om van te watertanden, maar is zonder dat beetje zout smakeloos.
Ontbijten…en door!
Daarnaast is zo’n Italiaans ontbijtje razendsnel weggewerkt. Ook door treuzelende kinderen die de Toscaanse boterhammen met lange tanden eten en toch op de een of andere manier op tijd op school moeten verschijnen. Met de merenda van half 11 in gedachten is een bekertje melk met koekjes dan het perfecte middel om tijdwinst te boeken.
Walhalla voor zoetekauwen
En ten derde is een Italiaans ontbijt gewoon een paradijs voor een zoetekauw als ik. Al die verschillende zoete broodjes op de toonbank. Al die verschillende soorten koekjes in de supermarkt. Het is een waar walhalla. Als je je bedenkt dat je de rest van de dag zo goed als geen suikers meer naar binnenslaat, is het dan wel heel gemakkelijk om voor de bijl te gaan. Zeker als iedereen om je heen dat zonder problemen en zonder een zweempje schuldgevoel doet.
Uitgebreide brunch zonder uitgebreide lunch
Of we het Nederlandse ontbijt dan helemaal afgeschaft hebben?
Nee hoor!
Soms, op zondagochtend, hebben we er zin in. Bakken we zelf broodjes, koken we eitjes, dekken we de ontbijttafel met alles wat je maar kunt bedenken en brunchen we zo uitgebreid dat we de Italiaanse lunch overslaan. Al zal mijn echtgenoot dat liever niet of alleen schoorvoetend bekennen als mensen hem vragen wat we die dag gegeten hebben.
Want ook Italianen kunnen afkeurend kijken en met hun hoofden schudden als het om eetgewoontes gaat.
Dat is dus het leuke van de logés die we regelmatig over de vloer hebben. Niks hangend op de bank of zonnend in de tuin, terwijl ze van mij verwachten dat ik als de perfecte gastvrouw ronddraaf met hapjes en drankjes. Nope. Onze gasten doen allemaal mee.
De één is gespitst op de afwas. De ander heeft de voorkeur voor de stofzuiger. Een derde laat stapels strijk verdwijnen als sneeuw voor de zon. Er zijn gasten die geen uitgebloeid bloempje of onkruid in mijn tuin willen zien en er zijn er die het heerlijk vinden om te koken. Niks geen ‘gasten en verse vis’ dus bij ons. Het is gewoon echt gezellig. En nu staan we dus samen op het balkon in het zonnetje en hangen de pasgewassen kleren aan de lijn.
“Gebruik je soms wasverzachter om het zo lekker te laten ruiken?”
“Nee hoor, da’s toch heel erg slecht voor het milieu? Gek hè, ik voel me al schuldig als ik er alleen al aan denk, aan wasverzachter. Het is gewoon het wasmiddel. Het was laatst in de aanbieding, dus we hebben er meteen een paar flessen van meegenomen. Wasmiddelen ruiken hier gewoon een stuk sterker dan die in Nederland. Hè, deze vlek is er niet uitgegaan. Da’s gek.”
Vlekkenmysterie
Al verder kletsend hang ik het laatste shirt op en dan gaan we aan de koffie. Die vlek is alweer uit mijn gedachten verdwenen. Maar een paar dagen later is er weer een hardnekkige vlek die niet weggewassen is. En als ik er op let, merk ik dat er vaker vlekken niet meer verdwijnen in de was.
Aan het wasmiddel kan het niet liggen, dat is hetzelfde merk als altijd. Of zouden ze met het veranderen van de verpakking ook meteen de formule veranderd hebben? Het zou natuurlijk ook de wasmachine kunnen zijn. Missschien dat een extra schoonmaakbeurt met flink wat azijn helpt.
Het vlekkenmysterie
Maar zelfs dat zet geen zoden aan de dijk. Het vlekkenmysterie blijft. Ik erger me er zo aan dat ik besluit mijn oude vertrouwde wasmiddel in te ruilen en een ander te proberen. En daar, in het wasmiddelenpad van de supermarkt, begint me wat te dagen.
Het kwartje begint te vallen…
Links een wand vol met wasmiddelen. Rechts een wand met een even grote keuze aan wasverzachters. Italianen zijn er blijkbaar dol op en hebben waarschijnlijk een stuk minder last van schuldgevoelens dan ik.
Links zie ik tussen alle wasmiddelen het mijne staan. In de oude flessen. Hier zijn ze kennelijk nog niet met de nieuwe verpakkingen begonnen. Rechts ontwaar ik flessen die me ook bekend voorkomen. Ze lijken verdacht veel op de flessen die bij mijn wasmachine staan.
Het vlekkenmysterie lost zich langzaam op.
Ik was met wasverzachter.
Vandaar die vlekken die niet verdwijnen. Een kwestie van verkeerde flessen grijpen in de aanbieding. Ik lach om mijn eigen suffigheid. Het etiket lezen was al voldoende geweest om het te begrijpen. Opeens slaat het schuldgevoel toe. Minstens twee maanden lang regelmatig wasverzachter gebruiken, dat is wel erg. En ik besluit ter plekke de oplossing van het mysterie maar voor me te houden, terwijl ik de fles wasmiddel in het winkelwagentje zet. Hoewel, de was rook met wasverzachter wel erg lekker….
De donkere dagen voor kerst. Buiten is het koud. Sneeuw. Met een beetje geluk een heel voorzichtig zonnetje. De zomer en vakantie lijken zo heel ver weg. Wat doe je als je toch snakt naar Italiaanse sfeer en warmte? Dan geef je de feestmaand december een Italiaans tintje!
Hoe?
Met behulp van dit handige overzicht vol typische ingrediënten voor authentieke Italiaanse feestdagen. Natuurlijk hoef je mijn tips niet allemaal op te volgen, kies gewoon wat je leuk vindt. Wedden dat je binnen no time het betere Italiaanse kerstgevoel te pakken hebt?!
8 december
Het is de laatste van de vele feestdagen, voor de Kerst, die 8ste december. De dag van de Immacolata, de Onbevlekte Ontvangenis van Maria. Voor veel Italianen is het echter officieus de nationale vrije dag waarop de voorbereidingen van Kerstmis beginnen. Hèt moment om die kerstversieringen tevoorschijn te toveren!
Kerstboom
De kerstboom mag, maar hoeft niet per se. En of het een echte wordt of toch een kunstboom mag je ook helemaal zelf weten. Het voordeel van een kunstboom is dat je tegen het eind van de feestmaand, die laatste dagen tussen nieuwjaarsdag en 6 januari, niet bergen naalden blijft opzuigen. Zelfs een goede, echte kerstboom heeft moeite om die bijna vier weken lang vast te houden. Het pluspunt van een echte boom is natuurlijk wel dat hij met zijn geur wel de kerstsfeer in huis verhoogt.
Kerststal
Een Italiaanse kerst zonder kerststal is als Romeo zonder Julia, als een verjaardag zonder taart, als een zomer zonder zon, als…nou, je snapt wat ik bedoel: dat is gewoonweg onmogelijk.
Als je geen kerststal hebt, is dit een goed moment om er eentje aan te schaffen. Een basic kerststal is al voldoende, met de hoofdpersonen uit het kerstverhaal, een os, een ezel, een handjevol schaapjes en wat herders erbij. Uitgebreider mag natuurlijk ook, met zelf in elkaar geknutselde bemoste heuvels, verlichte stadjes en heuse watervallen. Het kindje Jezus leg je trouwens pas op kerstavond in het stalletje erbij. En de drie koningen horen eigenlijk van verre te komen om pas vlak voor 6 januari op hun kamelen in het stalletje te arriveren.
Kerstverlichting
Het is aan het veranderen de laatste jaren, maar tot voor kort hoorden vrolijk gekleurde lampjes standaard bij de Italiaanse kerst. Het liefst vrolijke lampjes in alle kleuren van de regenboog die met een bepaalde ritme aan- en uitknipperen. Deze lampjes kun je zowel voor de boom binnen als voor de buitenversiering gebruiken. Witte ledlampjes die je alleen aan of uit kunt zetten zie je tegenwoordig (gelukkig) ook steeds meer.
Kerstkaartjes: niet nodig
Hoewel het aantal verstuurde kerstkaartjes in Nederland steeds verder afneemt, is het in Italië echt een zeldzaamheid. Bijna niemand doet het. Je belt familie en vrienden tussen het koken van de kerstmaaltijd en het eten door. Of je stuurt een smsje. Hoewel een leuk whatsapp-berichtje dat je met één klik naar je hele contactlijst stuurt het tegenwoordig helemaal makkelijk maakt om iedereen het beste te wensen. En dat truukje herhaal je gewoon nog een keer op oudejaarsavond.
Pandoro en Panettone
Kerststol, kerstkransjes of kerstkransen gevuld met amandelspijs hoef je niet op je boodschappenlijstje te zetten. Panettone en pandoro wel. Een Italiaanse feestmaaltijd in de decembermaand is geen feestmaaltijd als er niet met één van de twee of, beter nog, allebei afgesloten wordt. Trouwens, torrone, beter bekend als noga, hoort ook bij december. Toscaanse cantuccini kunnen ook, gedoopt in een glaasje vin santo. En wat dacht je van Napolitaanse struffoli?
Het eigenlijke kerstfeest: kerstavond en de 25ste
In Italië vier je kerst op kerstavond en eerste kerstdag. Tweede kerstdag kennen ze niet, net zoals tweede paasdag niet echt bestaat. Niet dat iedereen de 26ste meteen weer aan het werk gaat. Integendeel, het is bij uitstek de dag om de restjes op te eten en bij te komen van het eetfestijn!
24 december: de voorbereidingen voor de ‘cenone della vigilia di Natale’
24 december is de dag om te kokkerellen voor het zeer uitgebreide kerstavonddiner. Natuurlijk kun je nog even naar de supermarkt om de laatste boodschappen in huis te halen, maar eigenlijk heb je daar geen tijd voor als je de ‘antipasti’, de verschillende ‘primi’ en ‘secondi’ en ook nog voor de ‘dolci’ moet zorgen. Een tip om het diner te overleven is om de hele dag niet te veel te eten. Voor de meesten niet zo’n moeilijke opgave als je met je neus boven de etensgeuren hangt. En dan, tegen een uur of 8, barst het feest los. Inclusief prosecco bij de voorgerechten, een lekkere wijn tijdens de verschillende gangen, spumante bij de ‘dolci’ en een digestivo om je spijsvertering een handje te helpen. En als je dan tegen half 12 geen ‘boe’ of ‘bah’ meer kunt zeggen, bereid je je voor om de kerstmis om 12 uur bij te wonen. Of deel je de cadeautjes uit die je voor iedereen hebt meegenomen.
25 december: Kerstmis
Je zou kunnen zeggen dat de 25ste een herhaling is van de 24ste, al staat de feestmaaltijd gepland voor de lunch en niet voor het diner. Heel verstandig dus om niet of met gewoon een simpel kopje koffie te ontbijten. En daarna begint het feest weer overnieuw tot in de vroege avond. Inclusief bezoekje aan de mis en het uitpakken van cadeautjes als je dat nog niet gedaan had. Een diner staat gelukkig niet op het programma.
Plastic feestservies
Laat je mooiste servies maar gewoon in de kast staan dit jaar. Na een heel dag in de keuken gekokkereld te hebben, heb je geen zin in al die bergen afwas die bij zo’n uitgebreide maaltijd horen. Gebruik zonder schroom plastic borden en bekers. De gemiddelde Italiaan is niet anders gewend tijdens de feestdagen. Gewoon bestek is wel een aanrader; plastic vorken en messen hebben de neiging nogal gauw te breken.
Tombola en andere (kaart)spelletjes
De kersttijd is dé periode waarin Italianen tombola spelen. Na de cenone. Na de kerstlunch. In de periode tussen Kerst en Oud & Nieuw. Op oudejaarsavond. Op nieuwjaarsdag. Gewoon op een moment dat je toch bij elkaar zit en je een spelletje wil doen. Extra spannend wordt het als je speelt met bonen die je kunt winnen. Of kleingeld. Ben je uit gebingood, dan zijn kaartspelletjes trouwens een goed alternatief.
Oudejaarsavond: opnieuw een cenone
De periode tussen Kerstmis en Oud & Nieuw is een relatief rustige periode met bijkomen van de feestdagen, tombola, kaarten en boodschappen halen voor het grote diner op oudejaarsavond als hoogtepunten. Dat vaak een paar vaste ingrediënten kent om het geluk voor het nieuwe jaar af te dwingen: druiven bijvoorbeeld en de befaamde ‘lenticchie e zampone’, linzen en varkenspootjes. En vraag niet waarom, maar rood ondergoed hoort daar ook bij.
Tegen kwart voor twaalf is het tijd een Italiaanse zender op te zetten, zodat je in het Italiaans kunt aftellen tot het nieuwe jaar en precies op het goede moment de spumante kunt laten knallen. En daarna is het tijd om niet alleen wat vuruwerk af te steken, mar ook iedereen persoonlijk per telefoon het beste te wensen voor het nieuwe jaar. Als dat lukt, ondanks de overbelaste lijnen.
Driekoningen en de ‘befana’
Bedwing op 2 januari de neiging om alle kerstversieringen op te ruimen. Hou nog even vol tot Driekoningen op 6 januari. Pas als zij geweest zijn en de ‘befana’, de goede heks, haar snoepgoed of kooltjes heeft uitgedeeld aan de kinderen, mag je aan de slag.
En, was de Italiaanse kerst voor herhaling vatbaar?
‘En, wat doen jullie met de kerst? Gaan jullie nog weg of blijven jullie thuis dit jaar?’
Het is begin december en ik hang bij mijn buurvrouw aan de keukentafel. Vanwege de kou hebben we elkaar al een tijdje niet gezien. De hoogste tijd dus om met een kopje koffie wat bij te praten. Over haar kleinkinderen en de ondeugende streken die ze uithalen. Over de schoolprestaties van mijn kroost. Over de dingen die we de afgelopen tijd hebben gedaan. En over het weer dat ervoor zorgt dat we veel minder buiten zijn dan in de zomermaanden.
Natuurlijk komt het gesprek vanzelf op de komende feestdagen. Ik vertel haar dat we dit jaar niet naar het noorden of het zuiden reizen om kerst met familie te vieren. We blijven thuis en verheugen ons op een dagje lekker niks doen en filmpjes kijken.
‘Kom dan kerstavond bij ons eten! De kinderen komen ook en we vieren het beneden in de kelder. Plaats genoeg voor allemaal!’
Een uitnodiging die ik heel graag accepteer. De feestjes bij de buren zijn altijd ontspannen en gezellig. Een beter begin van de kerst thuis kan ik me eigenlijk niet wensen. Dat is een leuk vooruitzicht!
Help, wat moet ik aan?
Terwijl zij verder praat over het uitgebreide menu dat ze van plan is te maken, schiet er plots een gedachte door mijn hoofd. Wat trek ik in hemelsnaam aan op kerstavond? Mijn plan was om gewoon in mijn makkelijke jurkje aan onze eigen tafel te schuiven. Geen stress dit jaar omdat ik op het laatste moment op zoek moet naar iets feestelijks. Maar dat makkelijke jurkje is iets te makkelijk voor een kerstavondje bij de buren. Dat betekent dat ik toch op kledingjacht zal moeten.
Winkelfrustraties
En daar zit hem de kneep. Jarenlange ervaring heeft mij geleerd dat dat alles behalve ontspannend is. Sinds ik in Italië woon, kan ik winkelen met recht een crime noemen. De winkels hangen vol met leuke dingen, waar zelfs een niet zo shopperig type als ik van watertandt.
Het ligt echt niet aan het aanbod. Het ligt aan mij. De keren dat ik opgetogen naar de pashokjesliep met een hele lading kleding waarin ik mezelf al zag rondlopen, zijn niet te tellen. Net zo min als de keren dat ik dezelfde lading weer teleurgesteld in de rekken terughing.
Italiaanse kleding is namelijk afgestemd op de Italiaanse vrouw. Die een andere lichaamsbouw heeft dan de gemiddelde Hollandse dame. Dunnere benen, tengerder, minder lang. Niks geen Hollandse rondingen of zo’n duidelijke BBB-zone die ik in vergelijking met hen wel heb. Winkelen staat dus gelijk aan pashokdrama’s. Funest voor mijn ego. En funest voor de juiste feeststemming. Terwijl ik daar aan denk, krijg ik een beetje spijt dat ik het aanbod van mijn lieve buurvrouw geaccepteerd heb.
Een vroeg kerstcadeautje
Zij onderbreekt opeens haar verhaal over alle gerechten die ze op tafel wil toveren. En alsof ze mijn gedachten kan lezen, zegt ze: ‘Trouwens, beneden in de kelder was het vorig jaar vooral aan het begin van de avond best fris, ondanks de open haard die brandde. Dus geen chique kerstkleding hè, trek vooral wat warms aan.’
Kun je je een mooier cadeautje dan die woorden wensen? Ik niet! We gaan een heel gezellige en vooral ontspannen kerstperiode tegemoet. Ik heb de juiste feeststemming nu al te pakken.
Gek op de Toscane, maar zou je wat minder vakantiegangers om je heen willen hebben? En wat meer rust en ruimte? Of wil je alles wat het mooie Italië te bieden heeft binnen handbereik hebben, zonder al te lang in de auto te zitten vanaf je Italiaanse vakantieadres? Dan is het nog niet zo toeristische gebied De Marken, Le Marche in het Italiaans, echt iets voor jou!
Je vindt er alles voor een perfecte Italiaanse vakantie: oude steden, schilderachtige dorpjes, ongerepte natuur, glooiende heuvels, bergen, maar ook een kustlijn met mooie stranden en een prachtige zee. We stelden een overzicht samen van de 10 plekken die je zeker gezien moet hebben als je het best bewaarde geheim van Italië wil ontdekken.
1 – Urbino
De universiteitsstad Urbino in het noorden van de Marken is een bezoek meer dan waard. Het historisch centrum staat op de Werelderfgoedlijst en als je er rondloopt, snap je waarom.
In de 15e eeuw toverde Federico van Montefeltro het middeleeuwse stadje om in een prachtige stad in renaissancestijl. Hij riep daarvoor de hulp in van bekende kunstenaars. Zo is het ontwerp van de stadsmuren bijvoorbeeld van de hand van Leonardo da Vinci.
Het speciaal voor Federico gebouwde Dogenpaleis in het centrum is een prachtig voorbeeld van de Italiaanse Renaissance-architectuur. Tegenwoordig vindt je er een indrukwekkende kunstcollectie met onder andere werken van Rafaël, die in Urbino werd geboren. Je kunt zijn geboortehuis in de stad bezichtigen, net als de Kathedraal, het oude klooster van Santa Chiara en het Mausoleum van de Dogen, net buiten Urbino.
2 – Corinaldo
Het sprookjesachtige Corinaldo is één van de mooiste burchtstadjes van Italië. De stadsmuren werden in de 14e eeuw opgetrokken en zijn, een unicum, nog bijna geheel intact.
Via de honderd treden van La Piaggia kom je uit in het oude centrum van de stad. Op de trap vind je ‘Il Pozzo della Polenta’. Deze put is vernoemd naar de legende van een boer die niet uit de put gered wilde worden toen zijn zak maÏsmeel in de put viel. Hij klom er achteraan om te redden wat er te redden viel. En zou uiteindelijk liever in de put zijn gebleven om te eten van de ontstane polenta. Voorbijgangers op de trap ruiken af en toe zelfs de geur van gebraden worstjes…
Als je de laatste trede van La Piaggia hebt genomen, kun je een rondwandeling maken langs het Palazzo Comunale, het onafgebouwde huis van de ‘stadsgek’ Scuretto, het theater en het Santuarium van Santa Maria Goretti. Zij werd heilig verklaard nadat ze op haar sterfbed haar moordenaar vergaf. Op enkele minuten van Corinaldo kun je haar geboortehuis bezoeken.
3 – De grotten van Frasassi
Altijd al als een Jules Verne een reisje willen maken naar het binnenste van de aarde? De grotten van Frasassi in het hart van het Gola della Rossa natuurreservaat zijn je kans! Zo gauw je de Abisso Ancona binnenstapt, de grootste grot waar qua afmetingen de Dom van Milaan in zou passen, gaat er een wereld van stalactieten en stalagmieten voor je open.
Onder begeleiding van een gids kun je verschillende routes afleggen door het enorme ondergrondse gangenstelsel en de verschillende ‘zalen’ bezoeken, zoals de Zaal van 200, de Grand Canyon, de Zaal van de Beer en de Zaal van het Oneindige. De natuurlijke ‘kunstwerken’ als het Zwaard van Damokles, de kleine Madonna, de Kameel, het Kasteel van de Heksen en de kleine Niagara-waterval zullen je nog lang bijblijven.
4 – Ancona
Ancona, hoofdstad van de Marken, ligt tegen de helling van de Monte Conero. Het is een badplaats en een culturele stad tegelijkertijd. Je kunt er heerlijk door de haven slenteren en een blik werpen op het Lazzaretto en de Triomfboog van Trajanus bij de noorderpier. In het sfeervolle historische centrum van de stad vind je heel wat bezienswaardigheden, zoals het Theater van de Muzen en de Santa Maria delle Scale, maar ook veel leuke winkels en boetiekjes.
Het Piazza del Plebiscito is in het weekend dè ontmoetingsplek voor de jeugd. Net buiten het centrum ligt de Kathedraal van San Ciriaco op de top van de Guasco-heuvel. Niet alleen de Kathedraal maar ook het uitzicht is spectaculair: je kijkt uit over de hele stad en de Golf van Ancona.
5 – De stranden van Sirolo
De mooiste stranden van de Marken vind je onder Ancona, langs de Rivera del Conero in het natuurgebied Monte Conero. Om nog preciezer te zijn: bij de badplaats Sirolo.
Je vindt er het Spiaggia Urbani: een prachig wit strand aan de azuurblauwe zee. Heel geschikt voor een dagje strand met kinderen omdat het water niet meteen diep wordt. De stranden van San Michele en I Sassi Neri zijn net zo mooi, maar moeilijker en alleen te voet te bereiken.
Het strand van de Due Sorelle, de rotsformaties die doen denken aan twee biddende zusters, kun je alleen bereiken per boot of na een wandeling vanaf Monte Conero over een bospad. Maar de verfrissende duik in de blauwe zee en een vrijwel leeg strand maken het die moeite meer dan waard.
6 – Loreto
Loreto zie je vanuit de verte op de heuveltiop liggen: de koepel van de Basiliek van het Heilig Huis is duidelijk te herkennen. De Basiliek houdt het midden tussen een kerk en een vesting. Een bijzonder bouwwerk dus om dat te bescherming wat Loreto tot een wereldwijd bekend bedevaartsoord maakt: de resten van het Heilige Huis van Nazareth waar Maria de Verkondiging kreeg.
Niet alleen pelgrims, maar ook heel wat kunstliefhebbers weten de weg naar Loreto te vinden. In de Basiliek en in de schilderijenverzameling van het Palazzo Apostolico zijn een groot aantal kunstwerken te bewonderen van bekende schilders. Uitgekeken of liever iets actievers doen? Maak dan een wandeling over de weergang. Als het weer meewerkt, heb je vanaf de Piazzale Giovanni Paolo II een prachtig uitzicht over de kustlijn van het natuurgebied Il Conero en de Adriatische Zee.
7 – Macerata en het Sferisterio
Macerata is een relatief onbekend middeleeuws stadje op een heuvel tussen de Valle del Chieti en de Valle del Potenza in. De universiteit van de stad behoort tot één van de oudste van Italië. Het ligt, net als de 15de-eeuwse Torre Civica aan het Piazza della Libertà. Aan hetzelfde plein ligt ook het Sferisterio, het halfcirkelvormige openlucht theater uit het begin van de 19e eeuw. Het heeft een bijzondere akoestiek en mocht je de kans hebben, dan is het bijwonen van één van de opera-, muziek- of balletvoorstellingen die ‘s zomers georganiseerd worden, een aanrader!
8 – Le Lame Rosse
Altijd al eens door een canyon willen wandelen? Dan kun je de Lame Rosse in het noordelijk deel van het nationale park Monte Sibillini niet overslaan. De erosie van de rotsformaties waar je langs wandelt doet denken aan de Amerikaanse Grand Canyon.
Er zijn meerdere wegen die naar de Lame Rosse leiden, maar de meest gebruikte en gemakkelijkste route start bij de dijk van het Fiastra-meer. De wandeling om bij de canyon te komen duurt ongeveer 2,5 uur. Saai is dat niet: het landschap waar je door heen wandelt varieert van lange stukken door weelderig groen en hier en daar een glimp van het meer tot een bijna Marsachtig langschap vanwege de rode grond. En er is voldoende schaduw van het bos om de hike ook op een wat zonnigere dag te maken.
9 – Een wandeltocht naar de top van Monte Sibilla
Nog niet utigewandeld? Zin in avontuur op zoek naar de waarheid achter een legende? Maak dan een tocht naar de top van Monte Sibilla in het zuidelijke deel van het nationale natuurpark Monti Sibillini!
Monte Sibilla dankt zijn naam aan de legende van de toekomstvoorspellende heks Sibilla, die ook vandaag de dag nog zou wonen in haar grot dichtbij de top van de berg. Om er te komen loop je over oude paden, onverharde wegen en smalle weggetjes in een bergachtige omgeving. De beloning? Een uniek en schilderachtig panorama als je aankomt bij de grot. En als de heks thuis is, natuurlijk een toekomstvoorspelling!
10 – Ascoli Piceno
In het zuiden van De Marken ligt de stad van de 100 torens met het mooiste plein van Italië: Ascoli Piceno. Aan het plein, de Piazza del Popolo , liggen de meest belangrijke gebouwen van de stad zoals de Kerk van San Francesco, het Palazzo dei Capitani en het beroemde Caffé Meletti. Hier een espresso drinken of de anijslikeur Anisetta Meletti proeven hoort eigenlijk standaard bij een bezoek aan de stad.
Mocht je van schilderkunst houden, dan ben je het eigenlijk aan jezelf verplicht de Pinacoteca te bezoeken. Je vindt het op de tweede verdieping van het Palazzo del Municipio in Piazza Arringo. Er zijn prachtige werken van onder andere Tiziano, Tintoretto, Guido Renui en Crivelli te bekijken.
Ben je al eens in Le Marche op vakantie geweest? Wat was de plek die op jou de meeste indruk maakte?
Staan ze al op je Italiaanse bucketlist, de Cinque Terre aan de Italiaanse Rivièra? De 5 pittoreske stadjes Monterosso al Mare, Vernazza, Corniglia, Manarola en Riomaggiore staan niet voor niets op de Werelderfgoedlijst van Unesco! Ze zijn stuk voor stuk kleurrijk, gebouwd op de grillige, rotsachtige Tyrreense kust, omringd door ongerepte natuur en hebben een prachtig uitzicht over zee.
1. Monterosso al Mare
Monterosso al Mare is het grootste stadje van de Cinque Terre. Het is tegelijkertijd ook het minst fotogenieke, maar het is desondanks leuk rondwandelen in de nauwe steegjes van het historische centrum.
In de 16e eeuw werd Monterosso omringd door dertien uitkijktorens. Vandaag de dag zijn daar slechts een paar van over: de tot klokkentoren omgebouwde toren van de kerk van San Giovanni Battista, de Torre Aurora en de drie ronde torens van de ruïnes van het kasteel dat ooit over Monterosso en de zee uitkeek.
In de kerk van San Francesco bij het klooster van de Kapucijners hangt trouwens ‘De Kruisiging’ die wordt toegeschreven aan Van Dijck. En Monterosso mag dan misschien niet zo fotogeniek zijn, het is wel het enige plaatsje met een groot en breed zandstrand waar je een frisse duik kunt nemen.
2. Vernazza
Vernazza was ooit de meest welvarende stad van de Cinque Terre en de Genuezen bouwden daarom verdedigingswerken tegen de invallen van de Saracenen. Je kunt de overblijfselen daarvan nog vinden zoals de uitkijktoren uit de 11e eeuw, het Kasteel Doria en de Toren van het klooster van de paters van San Francesco.
Probeer per boot naar Vernazza te gaan, zodat je het haventje, omringd door de vrolijk gekleurde huisjes, goed kunt bekijken. Je begrijpt dan meteen waarom het een van de mooiste borghi van Italië wordt genoemd. Natuurlijk loop je naar de kerk van Santa Margherita van Antiochia in de haven.
En als je houdt van een avontuurlijke wandeling over onverharde wegen door ongerept groen is een bezoekje aan het Santuario di Nostra Signora di Reggio absoluut de moeite waard.
3. Corniglia
Corniglia ligt op een honderd meter hoge klif en je hebt er een fantastisch uitzicht over de andere 4 stadjes van de Cinque Terre.
Het is het enige stadje van de Cinque Terre dat zo goed als onbereikbaar is vanaf de zee. Om er te komen moet je de Lardarina beklimmen, 33 trappen met in totaal 377 treden, of, als je niet zoveel zin in traplopen hebt, met de shuttlebus vanaf het station naar het centrum rijden.
Wat je zeker niet moet missen is de Sint Pieter, een prachtige kerk in gothisch-ligurische stijl die in 1334 gebouwd werd op de overblijfselen van een kapel uit de 11e eeuw. Nog niet moegeklommen? Bekijk dan ook de ruïnes van de vesting uit 1556.
4. Manarola
Manarola is het oudste stadje van de Cinque Terre. Net als in de andere plaatsjes van de Cinque Terre vind je de typische torenhuizen, die hier op een steile bergkam van donkere rotsen liggen.
Het haventje van Manarola ligt ingeklemd tussen deze bergkam en een helling. In het onderste deel van de stad kun je een gerestaureerde oude molen bewonderen. Aan deze oude Magna Roea, het grote rad van een watermolen, ontleent het stadje waarschijnlijk zijn naam.
Vergeet de Kerk van San Lorenzo uit 1338 in het hoge deel van de stad niet. Het is gebouwd in gothisch-ligurische stijl en van binnen gedecoreerd met barok.
Wat je ook zeker niet mag missen zijn de Witte Klokkentoren, die voorheen als uitkijktoren dienst deed, het historische ziekenhuis van San Rocco en het 15e eeuwse ‘Oratorio dei Disciplinati della Santissima Annunziata’.
5. Riomaggiore
Riomaggiore is het zuidelijkste stadje van de Cinque Terre. De ook hier vrolijk gekleurde huizen zijn opgebouwd tegen de bergwand die het stadje omringt.
De huizen in Riomaggiore hebben 2 ingangen: eentje op de begane grond en eentje aan de achterkant op een hogere verdieping, die uitkomt op de straat achter het huis. Deze bouw is een overblijfsel uit de 14e eeuw, toen de bewoners van de stad een vluchtweg moesten hebben bij eventuele Saraceense invasies.
De monumenten die je hier kunt bekijken? De kerk van San Giovanni Battista in het bovenste gedeelte van de stad aan het Oratorio dei Disciplinati en de overblijfselen van een kasteel dat er tegenover op een hoger gelegen helling ligt.
6. La Via dell’Amore van de Cinque Terre
In het nationaal park van de Cinque Terre kun je mooie wandelingen maken. Ze zijn vaak vrij intensief, maar lopen door ongerepte natuur met prachtige uitzichten.
Een van de bekendste en gemakkelijkste routes is de Via dell’Amore. Deze weg is in de rots uitgehakt en leidt je van Riomaggiore naar Manarola. Het is onderdeel van het ‘Blauwe Pad’ dat alle plaatsjes van de Cinque Terre met elkaar verbindt.
De Via dell’Amore is ongeveer één kilometer lang en al lopend heb je een mooie uitzicht over zee terwijl je de golven onder je hoort breken op de rotsen. De kunstwerken die je langs de route vindt, versterken het thema ‘liefde’.
Je moet een kaartje kopen om het pad te kunnen bewandelen en als je niet van drukte houdt, kun je er beter in de vroege morgen of ’s avonds naar toe.
7. La Via dei Santuari van de Cinque Terre
Elk stadje in de Cinque Terre heeft zijn eigen sanctuarium: de ‘Nostra Signora di Montenero’ in Riomaggiore, de ‘Nostra Signora delle Grazie’ in Corniglia, de ‘Nostra Signora della Salute’ in Manarola, de ‘Nostra Signora di Soviore’ in Monterosso en de ‘Nostra Signora di Regio’ in Vernazza.
De ‘Via dei Santuari‘ voert langs deze 5 plekken. Het is een prachtige route als je van hiken houdt. Je wandelt over de bochtige weg door bossen, komt onderweg mooie plekjes tegen en hebt een fantastisch uitzicht over de Cinque Terre en de zee.
En met een beetje geluk kun je bij goed weer zelfs een glimp opvangen van de kust van Corsica!
8. Portovenere
Eigenlijk zou je Portovenere het zesde plaatsje van de Cinque Terre kunnen noemen. Dit kleine vissersplaatsje is vooral bekend vanwege de goed bewaard gebleven bezienswaardigheden.
In het historische centrum met zijn smalle straatjes ens teegjes vind je oude huisjes en kerken zoals de 1000-jarige San Lorenzo. Bij de haven, staat op een rotsachtige uitloper in zee de St. Pieterskerk met haar zwart-witgestreepte voorgevel. Je vindt er ook de ‘Grot van Lord Byron’, waar de Engelse schrijver graag zat om inspiratie op te doen.
Vanuit de haven kun je naar het hoger gelegen 12e eeuwse Castello Doria lopen. Vanaf het plein bij het kasteel heb je een mooi zicht over de hele stad en de St. Pieterskerk. Daarnaast kun je een rondvaart maken om de grotten en de 3 eilandjes voor de kust van Portovenere te bekijken.
9. Santa Margherita Ligure e Rapallo
De stadjes van Cinque Terre hebben niet zoveel te bieden qua bruisend nachtleven. Daarvoor kun je beter naar de kustplaatsen Santa Margherita Ligure en Rapallo gaan. Daar is het ’s avonds vol met toeristen en locals die flaneren over de boulevards.
Overdag kun je trouwens lekker winkelen in beide steden. En mocht je toch zin hebben in iets cultureels, dan is in Santa Margherita de weg die van het kasteel via het klooster van de Kapucijners leidt naar de kerk van San Giacomo de moeite waard.
In Rapallo kun je onder andere bezienswaardigheden als het oude kasteel aan zee, de Torre Civia, de Basiliek en het klooster van de Klarissen bezoeken.
10. Lerici
Ten zuiden van La Spezia ligt het mooie Lerici, een kustplaats die uitkijkt over de Golfo dei Poeti. Vanaf het strand bij de stad heb je een prachtig uitzicht over Portovenere en zijn eilandjes.
Je kunt niet om het 13e eeuwse kasteel heen, dat over de baai uitkijkt. Binnen de muren van het kasteel, dat tegenwoordig het Paleontologisch Museum huisvest , ligt de Kapel van Santa Anastasia.
In het oude stadscentrum ligt aan de Piazza Garibaldi het Oratorio van San Rocco en vind je verderop de kerk van San Francesco. Maar Lerici is ook bekend vanwege de prachtige villa’s die verspreid door de stad liggen zoals Ca’Doria, Ca’Rugia en Villa Magni.
Wat is nu het mooiste dorp van de Cinque Terre?
Het mooiste dorp van de Cinque Terre is zonder twijfel Vernazza, hoewel de andere er beslist ook mogen zijn. Als enige dorp van de Cinque Terre staat Vernazza ook op de lijst met de mooiste dorpen in heel Italië, de borghi più belli d’Italia.
Vernazza is van oudsher het meest welvarende stadje, doordat het een grotere haven en een uitkijktoren heeft. Het strand en de haven van Vernazza met de gekleurde huisjes op de achtergrond zijn ook bijzonder fotogeniek.
Ga je maar naar één dorpje in de Cinque Terre, laat het dan Vernazza zijn.
Als je aan Italië denkt, zal ‘kasteel’ niet meteen het eerste zijn wat bij je opkomt. En dat terwijl het land er rijk aan is: het heeft er meer dan 400! Sommige liggen op hoge bergen, andere juist op een heuvel in een glooiend landschap en weer anderen worden helemaal omringd door water. Heel divers dus onderling, maar één ding hebben ze gemeen: ze zijn adembenemend mooi. We stelden een lijst samen met 10 kastelen die een bezoek absoluut waard zijn.
1 Rocca Scaligera van Sirmione (Gardameer)
Een vakantie aan het Gardameer is niet compleet zonder een bezoekje aan Sirmione. Het stadje ligt op een smal schiereiland in het Gardameer. Rocca Scaligera is één van de best bewaarde kastelen in Italië. De vier muren en de drie torens van het kasteel beschermen het historisch centrum van het stadje. Je kunt er alleen komen via één van de twee ophaalbruggen die Sirmione verbinden met het vasteland.
Aan één kant van het kasteel is er een dok, dat met zijn muren en torens ooit de boten beschermden. En wat zou een kasteel zijn zonder zijn eigen spook: volgens een oude legende zwerft in stormachtige nachten de geest van Ebengardo door het kasteel, op zoek naar zijn Arice.
2 Castello Aragonese, Ischia
Wie ‘Ischia’ zegt, zegt ‘Castello Aragonese’. Het kasteel ligt op een rots in de zee voor het eiland en torent op zijn hoogste punt 113 meter boven het zeeniveau uit. De stenen brug, Ischia Ponte, verbindt het vestingsstadje Celsa op Ischia met het kasteel.
Om bij het Castello Aragonese te komen, moet je na de brug nog door een 400 meter lange tunnel. Voordat Alfons van Aragon deze tunnel in de 15e eeuw in de rosten liet uithouwen, kon je het kasteel alleen via de zee bereiken. In het plafond van de tunnel zijn gaten aangebracht. Niet alleen om natuurlijk licht te hebben, maar ook eventuele belegeraars van het kasteel met kokende olie en stenen te verwelkomen
Het kasteel is het ideale decor voor een film. In 1952 draaide Burt Lancaster er daarom enkele scènes van de film “The Crimson Pirate” met Burt Lancaster.
3 Castello van Miramare, Trieste
Wil je je een beetje prins of prinses voelen? Dan moet je naar het Castello di Miramare! Het kasteel is omringd door prachtige tuinen met bijzondere planten en bomen. Vanaf de oever waaraan het ligt, heb je een prachtig uitzicht over de Golf van Triëst. Aartshertog Maximiliaan van Habsburg liet het in 1855 bouwen om er te wonen met zijn echtgenote Charlotte van België.
In het park ligt ook het ‘Castelletto’, een kleiner gebouw waar de twee pasgetrouwde echtelieden woonden tijdens de bouw van het kasteel. Het einde van hun sprookjesachtige huwelijk doet alle pracht echter teniet: Maximiliaan werd in Mexico gedood en heeft nooit in het kasteel gewoond. Charlotte verloor haar verstand na de dood van haar man en keerde uiteindelijk terug naar België.
4 Rocca Calascio (Abruzzen)
Middenin het Nationale Park Gran Sasso en het Laga-gebergte staat de Rocca Calascio. Dit middeleeuwse kasteel, dat op op 1460m hoogte ligt, werd puur voor militaire doeleinden gebruikt: de grote centrale toren is omringd met vier kleinere torens.
Vanaf het kasteel heb je een spectaculair uitzicht over de Apennijnen en de kleine dorpjes die je in de verte tussen de bergen en de vallei ziet liggen. De perfecte filmset eigenlijk. Vandaar dat er verschillende films zijn gedraaid, waaronder ‘Ladyhawke’ met Rutger Hauer en Michelle Pfeiffer, ‘The name of the rose’ met Sean Connery en de recentere ‘The American’ met George Clooney.
5 Castel dell’Ovo, Napels
Dit kasteel is één van die prominente bouwwerken die bijdragen aan dat beroemde panorama van de Golf van Napels. Het is tegelijkertijd het oudste van Napels: het werd in de 4e en 5e eeuw gebouwd.
De merkwaardige naam, het ‘Kasteel van het Ei’, komt voort uit een oude legende. De Latijnse dichter Vergilius, die in de Middeleeuwen ook als tovenaar werd beschouwd, zou in het geheim een ei in het fundament hebben verstopt . Dit ei zou het hele fort staande houden en het breken ervan zou niet alleen het kasteel laten instorten, maar ook een reeks catastrofes voor Napels betekenen. In de 14e eeuw liep het het kasteel aanzienlijke schade op en om een volksoproer te voorkomen, moest koningin Johanna I zweren dat zij het ei zou vervangen om alle voorspelde ellende te voorkomen. Of ze dat ook echt deed, weten we niet.
6 De Engelenburcht, Rome
Castel Sant’Angelo ligt op de rechteroever van de Tiber, pè eeen steenworp afstand van het Vaticaan. Het wordt ook wel het Mausoleum van keizer Hadrianus genoemd, omdat het oorspronkelijk zijn grafmonument was.
In de loop de eeuwen veranderde Castel Sant’Angelo regelmatig van rol: van een grafmonument werd het een versterkte buitenpost van de vestigingswerken van de stad, om vervolgens dienst te doen als gevangenis, daarna een residentie in renaissancestijl te zijn om tot slot een museum te wordem. Het kasteel dankt zijn naam aan een visoen van paus Gregorius: hij zag de Aartsengel Michaël zijn zwaard in de schede steken en begreep dat het einde van de pestepidemie voorbij was.
7 Castello di Fénis, Valle d’Aosta
In tegenstelling tot andere kastelen ligt het middeleeuwse kasteel van Fénis niet op de top van een berg, maar op een glooiende heuvel in een groen landschap. Het is één van de mooiste en best bewaard gebleven landhuizen die je in Italië kunt vinden.
De bijzondere architectuur van torens met kantelen, de dubbele verdedigingsmuren om het kasteel heen en de binnenplaats met fresco’s versterken het sprookjesachtige gevoel. En net in de Rocca Scaligera in Sirmione, waart er ook hier een heus kasteelspookje rond: een jongetje dat door zijn stiefmoeder vanwege een erfenis werd vermoord. Je hoeft niet bang te zijn dat hij je kwaad doet als je hem mocht tegenkomen tijdens een bezoek: het spookje vindt het leuk om lawaai te maken en spullen en meubels te verplaatsen, vooral in de keukens van het kasteel.
8 Castel del Monte, Andria
Dit is het meest mysterieuze kasteel dat je in Italië kunt vinden. Keizer Frederik II liet het in de 13e eeuw bouwen op een 540m hoge heuvel. Het heeft een achthoekige plattegrond met een achthoekige toren op elke hoek. Dat maakt het al bijzonder. Maar wat het nog mysterieuzer maakt is de de vraag wat nou eigenlijk de bedoeling was van het kasteel.
Het kasteel heeft geen slotgracht, geen strategische positie en niks dat erop wijst dat het gebruikt werd als een verdedigingswerk. In tegendeel, het heeft smalle wenteltrappen die absoluut ongemakkelijk zijn om het kasteel te verdedigen, schietgaten die te smal zijn om pijlen doorheen te schieten en geen enkele stal om tenminste één paard neer te zetten.
Kortom, het is een bouwwerk dat de geleerden bezighoudt. Was het een tempel voor de wetenschap, kijkend naar de wiskundig-astronomische en geometrische vormen waarin het getal 8 een belangrijke rol lijkt te spelen? Of was het een plek gebouwd als een arabische hammam, kijkend naar de watersystemen die het gebouw heeft om water te verzamelen? En wat is nu precies het verband met de Tempeliers waar sommigen het over hebben?
9 Castello van Marostica, Veneto
Eigenlijk is het Castello di Marostica niet één, maar twee kastelen. Ze zijn verbonden door een 1800 meter lange muur, die het hele stadje omringd. Via één van de vier stadspoorten kun je naar het historische centrum lopen met het mooie plein Piazza degli Scacchi. Eens in de twee jaar wordt hier een feest gehouden met personages in middeleeuwse kledingdracht. Tegenover het laag gelegen kasteel en het plein staat de Doglione, ook bekend als de Rocca di Mezzo, dat ooit een tolhuis was.
10 Castello Sforzesco, Milaan
Castello Sforzesco werd in de 15 eeuw gebouwd door Francesco Sforza en is één van de belangrijkste symbolen van Milaan en haar geschiedenis.
De buitenste verdedigingsmuur, ‘Ghilanda’ genoemd, is het oudste deel van het kasteel. Op de vier hoeken van de muur staan torens, die elk voor een windrichting staan. De torens hebben verschillende vormen: die op het zuiden en het oosten zijn rond, die op het noorden en het westen vierkant. Het kasteel is omringd door een slotgracht die nu droog ligt.
De Filarete-toren, de hoogste en centraal gelegen toren, is de hoofdingang tot het kasteel. Bij de achtergevel van het kasteel ligt de ‘Brug van Lodewijk de Moor’ die ooit de appartementen van de hertog verbond met de buitenmuren. Na de dood van zijn vrouw Beatrix sloot Lodewijk zichzelf op in zijn kamers. Vandaar dat de zalen nu de Salette Nere, de zwarte zaaltjes, worden genoemd.
Het kasteel is tegenwoordig in gebruik als expositieruimte waar je werken van Mantegna, Tintoretto en Bellini kunt bewonderen.
Wat zijn nou eigenlijk de typisch Italiaanse maaltijden? En nee, met die vraag bedoelen we voor de verandering eens niet van die typisch Italiaanse gerechten. Daar kan bijna iedereen wel een paar van uit zijn of haar mouw schudden. Misschien is het beter om te vragen wat Italianen wanneer eten. Hoe noemen ze de verschillende dagelijkse maaltijden? En nemen ze ook wel eens een tussendoortje of is dat ‘not done’? Een overzicht van een doorsnee Italiaanse dag in vijf eetmomenten.
Colazione: het Italiaanse ontbijt om goed van start te gaan
Als je aan het Italiaanse ontbijt denkt, heb je waarschijnlijk meteen het beeld voor ogen van Italianen die een bar binnenrennen om snel wat te eten en te drinken. En dat klopt deels wel met de realiteit. Heel wat Italianen brengen gauw een bezoekje aan de bar in de buurt voordat ze aan het werk gaan. Hoe kun je je dag nu goed beginnen zonder caffè, cappuccino of één van de andere koffievarianten?
Vaak eten ze er een brioche bij, het Italiaanse equivalent van de Franse croissant, maar dan gevuld met banketbakkersroom, chocola, nutella of jam. Of ze kiezen voor één van die andere zoete broodjes waar de vitrine bij de toonbank ‘s ochtends vroeg vol mee ligt. Een vrij traditionele en simpele start van de dag eigenlijk. Voor liefhebbers van zoet een waar paradijs.
Hoewel het in Italie dus vrij gewoon is om in een bar te ontbijten, zijn er ook hordes Italianen die het gewoon thuis doen. Over het algemeen is de colazione thuis niet uitgebreider dan die in de bar. Je drinkt iets warms als caffè, thee, caffélatte (te vergelijken met een koffie verkeerd) of cappuccino en eet wat zoets. Dat zoets kunnen een paar koekjes zijn uit één van die megeverpakkingen waarmee in elke supermarkt wel een gangpad gevuld is. Of een stukje cake. Een voorverpakte brioche. Of toast met wat jam. En dan gauw de deur uit, naar school en werk.
Heel langzaam verandert er wel iets in het traditionele thuisontbijt en zijn er zelfs Italianen die niet alleen wat vruchtensap drinken, maar ook een bakje yogurt met muesli eten om de dag te beginnen.
Spuntino of merenda: het Italiaanse tussendoortje
Wat doe je als je na dat lichte ontbijt een kriebel in je maag voelt halverwege de ochtend en het nog lang geen lunchtijd is? Of wanneer je, ondanks de lunch, tegen een uur of 5 toch iets zou willen eten? Of, al is dat niet echt verstandig, vlak voordat je gaat slapen? Dan neem je een ‘spuntino’, een tussendoortje zoals fruit, yogurt, brood met wat beleg of een stuk focaccia. Of iets anders waar je trek in hebt. In ieder geval niet iets dat warm is. Hoewel eens tukje pizza naturulijk ook niet gek is.
De ‘merenda’ is een ‘spuntino voor kinderen’. Oorspronkelijk stond ‘merenda’ voor het tussendoortje dat kinderen aan het eind van de middags rond een uur of 4, 5 krijgen om de tijd tot aan het avondeten te overbruggen. Maar het woord wordt ook gebruikt voor de snack die ze ‘s ochtends op school eten.
Pranzo: de Italiaanse lunch
Bij ‘Italiaanse lunch’ denk je meteen aan een lange tafel vol met mensen die zich te goed doen aan de ontelbare schalen met lekker eten. Dat beeld is echter iets wat meer past bij de zondag of bij feestdagen als Eerste Paas- en Kerstdag. Dat zijn de dagen waarop familie samenkomt voor de lunch en er uitgebreid in de keuken wordt gestaan om allerlei streekgerechten te bereiden. Ergens tussen 12 en 2 barst dan het eetfestijn los. Na de antipasti, de voorgerechten, komt de eerste gang dat vaak pasta is. Daarna volgt de ‘secondo’ waarin vlees of vis de hoofdrol heeft met groenten als bijgerecht. De zondagse lunch wordt afgesloten met fruit, een toetje of taart en natuurlijk een caffè. Met eventueel een digestiefje om de boel wat te laten zakken.
Veranderingen in levenstijl en werktijden zorgen ervoor dat er op doordeweekse dagen steeds minder tijd is voor zo’n traditionele Italiaanse lunch. Er zijn nog genoeg Italianen die de kans hebben om in de middagpauze thuis of in een restaurant te eten. In plaats van een uitgebreide lunch met alle gangen, kiezen ze dan vaak voor alleen een ‘primo’ of een ‘secondo’. En hoewel het in de ogen van de oudere generatie Italianen echt niet kan, zijn er steeds meer werkende Italianen die tussen de bedrijven door een sandwich eten in een bar om vervolgens gauw door te gaan.
Aperitivo: na gedane arbeid…
Soms al voor de luchtijd, maar over het algemeen aan het eind van een dag na het werk is het tijd voor het aperitiefje. Het ‘aperitivo’ is het moment van de dag om elkaar te ontmoeten en even bij te praten met bekenden terwijl je aan je drankje nipt en wat olijven, pinda’s of nootjes eet.
Je ziet steeds vaker dat bars in plaats van een aperitivo, een ‘apericena’ serveren. Apericena houdt het midden tussen een uitgebreider aperitief en een licht dinerbuffet. Voor een vaste prijs krijg je niet alleen je aperitiefje, maar kun je ook allerlei kleine, fingerfood-achtige hapjes eten. Ideaal als je na een warme zomerdag ‘s avonds iets lichts wilt eten.
Cena: samen de dag afsluiten met het avondeten
Tussen half 8 en 9 uur ‘s avonds, afhankelijk van waar je woont en wat je doet, schuiven alle gezinsleden om tafel. Al etend met af en toe een blik op het journaal worden de belangrijkste gebeurtenissen van de dag besproken. Het avondeten bestaat meestal uit een lichtere maaltijd dan de lunch, met bijvoorbeeld minestrone, salades, kaas, groenten en fruit.
Uitzonderingen zijn er natuurlijk altijd: de diners op Kerst- en Oudjaarsavond zijn juist avondvullend en zeer uitgebreid met allerlei traditionele gerechten. En met onmisbare ingrediënten: een diner op oudejaarsavond zonder linzen en druiven is gewoon vragen om moeilijkheden in het nieuwe jaar!
Wat is er nu idyllischer dan olijven oogsten voor echte “home-made” olijfolie terwijl je vanaf een heuveltop een prachtig uitzicht hebt over het Toscaanse landschap?
Niks toch?
Het was jaren geleden voor mij dé reden om vrienden enthousiast te beloven een handje mee te komen helpen. Het was ook dat idyllische beeld waarmee ik op dag 1 vol goede moed en gewapend met een handharkje aan mijn eerste olijfboom begon. En toen we na zo’n drie kwartier takken rissen de eerste olijven uit het net in de kisten lieten vallen, vond ik dat nog steeds. Wat maakte die vallende olijven een vrolijk geluid!
Na de zesde boom begon de pracht van het landschap om ons heen ietwat te vervagen. Of nee, ik had er al rissend tussen de takken eigenlijk geen oog meer voor. Het vallen van de olijven klonk me minder als muziek in de oren.
Heel stiekem begon ik me af te vragen hoeveel bomen we nog te gaan hadden. En maakte ik in gedachten een rekensom om uit te tellen hoeveel dagen we er wel niet over zouden doen om de hele olijvenboomgaard leeg te kammen. Dat waren er best een hoop.
Kortom, binnen een halve dag was de romantiek van de olijfoogst vervlogen.
Olijven plukken bleek gewoon keihard doorwerken. Groot net om de boom spreiden. Extra net laten aansluiten voor de wegrollende olijven. Handharkje in de aanslag. Niet te dicht in de buurt komen van collega’s op ladders om geen olijven op je hoofd te voelen regenen. Takje voor takje leegrissen. Olijven in het net verzamelen. Net voorzichtig legen in de kisten. Ontsnapte olijven op handen en voeten uit het gras en de boomstronk vissen. En dat zo’n honderd bomen lang.
Het stralende zonnetje in een strakblauwe lucht, het goede gezelschap waarin ik verkeerde en de overheerlijke lunch die we iedere dag voorgeschoteld kregen, maakte de eentonigheid van het werk echter meer dan goed. Net als de verhalen van mijn collega-oogsters en hun tips voor de inmaak van de verschillende typen olijven. En de liedjes die zij zongen na het horen van de geweerschoten van jagers in de buurt, afgewisseld met het uitwisselen van recepten om wild en gevogelte te bereiden.
En toen kwam na een week plukken het moment dat we met de eerste 900 kilo olijven richting frantoio vertrokken om terug te keren met zo’n 120 liter olie. Olie die de geroosterde sneetjes brood en de versgebakken pizza nog eens zo lekker liet smaken. En terwijl ik mijn vingers aflikte en mijn mond schoonveegde, besefte ik dat ik na al het werk nooit meer met dezelfde ogen naar een flesje olijfolie zou kijken.
Zin om een onbekend stukje Italië te ontdekken? Waarom ga je dan niet eens naar Calabrië, die regio in de teen van de Italiaanse laars? Calabrië heeft een kustlijn van meer dan 800 kilometer, die varieert van de steile kliffen van de ‘Costa degli Dei’ aan de Tyrrheense Zee tot aan de prachtige witte zandstranden bij de Ionische Zee.
Het binnenland van deze streek is ruig, bergachtig en groen. En Calabrië heeft een rijke geschiedenis, die je terugvindt in de bouwwerken die onder andere de Grieken en de Romeinen er achterlieten. Het heeft zoveel te bieden, dat het moeilijk wordt een keus te maken. Wat moet je dus echt niet overslaan als je in deze streek wilt rondkijken? Een overzicht!
Het natuurpark Sila
Het nationale natuurreservaat La Sila is alles wat je niet zou verwachten in een mediterrane streek als Calabrië. De bergketen Sila, waar het park zijn naam aan dankt, zou je ook de ‘Calabrese Alpen’ kunnen noemen. Inclusief alpenweitjes met grazende koeien, rivieren en meren die tussen rotsen ingeklemd liggen. De keten wordt omringd door eeuwenoude dennenbossen, waar je de kans hebt een glimp op te vangen van wolven, het symbool van het park, everzwijnen of herten. Ben je meer van de ‘flora’ dan kom je er ook absoluut aan je trekken.
Tropea
Tropea is mischien wel één van de mooiste steden van Calabrië, gelegen op een rots die over de Tyrrheense Zee uitkijkt. Volgens de legende zou Hercules de stad gesticht hebben op zijn terugreis vanuit Spanje. Het is een aanrader om door de straten van het historische centrum te dwalen en je te laten verrassen door de gebouwen, kerken en winkels die je tegenkomt.
Heb je er geen problemen mee om veel trappen te beklimmen? Dan is het Sanctuarium van de Santa Maria dell’Isola, dat net buiten de stad op een hoge rots in zee ligt, iets wat je moet doen! Je kunt daarna bijkomen en languit in de zon genieten op het hagelwitte stadsstrand. De nabijgelegen stranden van Capo Vaticano zijn trouwens ook een echte aanrader!
Scilla
Scilla is hèt centrum van de zwaardvisvangst. Het meest karakteristieke deel van dit witte stadje is Chianalea: het vissersdorpje dat door slechts één weg met de rest van de stad verbonden is. De kleine vissershuisjes liggen letterlijk aan zee, zodat de vissers hun bootjes tot vlak voor hun deur uit het water kunnen trekken.
Vanaf het Belvedere van de Piazza San Rocco in de stad zelf heb je een prachtig uitzicht op het kasteel, het strand van Marina Grande en op de Zeestraat van Messina, die Calabrië van Sicilië scheidt. Mocht je de kans hebben, wacht dan de zonsondergang af. De paarskleurende lucht is echt iets spectaculairs!
Reggio Calabria
Reggio Calabria is de meest elegante stad in Calabrië, rijk aan geschiedenis, prachtige gebouwen en kunst. Het Nationaal Archeologisch Museum is een bezoek waard, al was het alleen maar om de beroemde bronzen beelden van Riace te bekijken. Deze beelden werden in 1972 voor de kust gevonden en zijn in verbazingwekkend goede staat.
Je bent pas echt in Reggio Calabria geweest als je de twee symbolen van de stad hebt gezien: de Kathedraal en het Castello Aragonese. Wat dacht je trouwens van een wandeling over de langste boulevard van Italië, waar vooral ‘s avonds van alles te beleven is? En ben je gek op winkelen dan is de Corso Garibaldi dé winkelstraat die je niet moet overslaan.
Pentedattilo
Pentedattilo is een klein dorpje in het Aspromonte-gebergte. Het dorpje, dat stamt uit 600 v.Chr., is tegen de berg Monte Cavalario aangebouwd. Deze berg had ooit de vorm van een enorme hand met vijf vingers (‘penta’ en ‘daktylos’ in het Grieks) en gaf Pentadattilo zijn naam. Helaas zijn enkele ‘vingers’ in de loop der tijd afgebrokkeld.
Pentadattilo is wat je een ‘spookstad’ zou kunnen noemen: de bewoners trokken weg, niet alleen om werk elders te zoeken, maar ook vanwege aardbevingen en overstromingen. De laatste jaren wordt er hard gewerkt om het toerisme een impuls te geven en het dorp weer tot leven te brengen.
6. Stilo en la Cattolica
Stilo werd gebouwd in de tijd dat Calabrië deel uitmaakte van de Magna Graecia en kreeg bekendheid in de Byzantijnse periode. Het historische centrum is middeleeuws, hoefvormig gebouwd en omringd door stadsmuren. Je vindt er heel veel kerkjes en degene die je absoluut niet mag overslaan is La Cattolica. Dit kleine kerkje is één van de belangrijkste voorbeelden van Byzantijnse architectuur in Zuid-Italië. Het werd in de 10e eeuw gebouwd en is in perfecte staat.
Gerace
Je kunt bij een ontdekkingsreis door Calabrië niet om Gerace heen, een ander stadje dat tegen een bergwand gebouwd is. Het werd in de 9e eeuw gesticht door mensen uit de omliggende gebieden, op de vlucht voor de Saraceense invallen.
Het oude centrum van de stad ligt binnen middeleeuwse muren en is een mix van Byzantijnse architectuur met cisterciënzer gothiek. De Kathedraal is één van de prachtige gebouwen die je al lopend door de smalle straten tegenkomt. En natuurlijk kun je het Kasteel niet overslaan. Het ligt op het hoogste deel van de heuvel en was in het verleden alleen via de ophaalbrug met de rest van de stad verbonden.
Het archeologische park van Scolacium en de Roccelletta van Borgia
Geïnteresseerd in de Oudheid en opgravingen? Breng dan een bezoekje aan het archeologische Park van Scolacium in Borgia, net ten zuiden van Catanzaro Lido. De archeologische vondsten in het park zijn overblijfselen van de Oudgriekse kolonie Skylletion, dat later het Romeinse Scolacium werd.
Behalve de resten van de oude bouwwerken uit de Grieks-Romeinse en Normandische tijd, kun je er ook opgegraven keramiek en standbeelden bekijken. Bij de ingang van het park ligt de Roccelletta van Borgia. Deze basiliek is een wonderbaarlijke mix van bouwstijlen, waaronder de Romeinse, Byzantijnse en Arabische.
Het Aragonese fort Le Castella van Isola di Capo Rizzuto
Het Aragonese fort Le Castella is volgens de volksverhalen het enige wat is overgebleven van de zeven kastelen die ooit de archipel bij Isola Capo Rizzuto domineerden. Le Castella ligt in zee en is alleen door een smalle strook land met het vasteland verbonden. Vanaf het fort heb je een prachtig uitzicht over de Ionische Zee en de omliggende natuur. Dankzij onderwatercamera’s in één van de kamers kun je zelfs de zeebodem van één van de mooiste plekken op aarde bekijken.
Het dogenpaleis van Corigliano Calabro
Het kasteel van Corigliano Calabro behoort tot de mooiste kastelen in Italië. Vanaf de toren zou je bij helder weer zelfs Taranto kunnen zien liggen. Het werd in de 11e eeuw gebouwd door de Normandische koning Robert Giscard.
Als je door het kasteel loopt, heb je het gevoel terug te gaan in de tijd. Plafonds met fresco’s, spiegelzalen, antieke meubels, maar ook de verschrikkelijke martelkamers: elk detail roept de sfeer op van de tijd waarin het kasteel gebouwd en bewoond werd. Alsof je niet alleen een reis door een stukje onontdekt Italië maakt, maar ook een reis in het verleden!