Blog

  • Wij mogen eindelijk scheiden

    Wij mogen eindelijk scheiden

    Ik geloof dat ik de enige was die er geen problemen mee had toen het er uiteindelijk van kwam. Het stuitte me al tegen mijn borst sinds we hier kwamen wonen. Het strookte gewoon niet met mijn gewoontes. Dus toen de kogel na al die jaren ook hier in de gemeente door de kerk was, was ik één van de weinigen die niet protesteerde. Iedereen had er wel iets over te zeggen. Iedereen had er moeite mee. Maar ik was alleen maar blij. Want wij mochten nu eindelijk scheiden. Ons afval wel te verstaan.

    In Nederland was ik niet anders gewend. Flessen met statiegeld zorgden voor dat extra zakcentje, die zonder verdwenen in de glasbak. Oud papier werd van tijd tot tijd opgehaald door de sportclub. GFT-afval verdween in de GFT-bak en de rest in de grijze afvalbak. En volgens mij werd plastic toen ook al apart opgehaald, maar ik kan me vergissen.

    Hoe dan ook, het was een regelrechte cultuurschok toen we in Italië belandden. Bijna alles werd op één hoop weggegooid. Alleen het papier en het glas verdween in aparte bakken. Ik maakte elke dag mijn wandelingetje naar de afvalcontainers om daar alles in te kieperen. Niet dat ik nou zo milieubewust ben, maar ik had toch iedere keer het gevoel iets te doen dat eigenlijk niet door de beugel kon.

    Maar aan alles komt een eind, ook aan minder leuke dingen.

    Op een mooie lentedag kregen we tot onze verrassing allemaal onze eigen bakken aangeleverd. Een blauwe voor het plastic, een bruine voor het GFT-afval en een grijze voor de rest. Als extraatje waren de bakken gevuld met papieren zakken voor het oud papier en biologisch afbreekbare zakken voor plastic en GFT. In een grote witte envelop stak de ‘vuilnisclopedie’ met info over welk afval in welke bak moest verdwijnen. En een uitnodiging voor een avond vol informatie over de nieuwe manier van afvalophalen.

    Natuurlijk had het in het begin behoorlijk wat voeten in aarde.

    Ik hoorde buren opgewonden discussieren over lege pennen en welke bak. Ik zelf zocht twijfelend in de vuilnisclopedie of gebruikte servetten bij het oud papier, bij het restafval of bij het GFT moesten.

    Maar alles went.

    In plaats van het dagelijkse wandelingetje naar de vuilniscontainer, zetten we nu de bak van de dag buiten. Die daarna netjes geleegd wordt. Als we het afval tenminste netjes gescheiden hebben. Want de vuilnismannen zijn behoorlijk streng: een plastic dopje in het GFT-afval kan er al zorgen dat de zak eenzaam achterblijft. En als je iets niet netjes verpakt in zakken, schromen ze niet om even aan te bellen en je daarop te wijzen.

    We zijn heel erg goed milieuvriendelijk bezig.

    Tenminste, als we onze burgemeester mogen geloven. Elk jaar krijgen we een brief met de resultaten in tonnen en percentages van goed gescheiden afval. In vergelijking met de gemeentes om ons heen, staan wij op nummer 1. Wat hij ons volgens mij alleen maar vertelt om ons nog harder ons best te laten doen.

    Als iemand me 5 jaar geleden verteld had, dat we zo goed bezig zouden gaan, had ik waarschijnlijk minder last gehad van een schuldgevoel. Ik draag mijn steentje weer bij aan een mooiere wereld. Geloof ik. Want af en toe krijgen we een verzoek van de afvalverwerkingsfabriek dat me achter mijn oor doet krabben. Want tuinafvalverplicht in stevig plastic zakken aan de weg zetten in plaats van afbreekbare zakken? Dat doet volgens mij wat afbreuk aan idee van goed bezig zijn.

  • 7 banen die je alleen in Italië vindt!

    7 banen die je alleen in Italië vindt!

    Elk land kent ze, die typische beroepen die je alleen daar tegenkomt. Want zeg nou zelf, een klompenmaker, een stierenvechter of een samurai horen nu eenmaal gewoon thuis in respectievelijk Nederland, Spanje en Japan. En Italië is geen uitzondering op die regel. Er zijn heel wat baantjes te bedenken die je echt alleen daar vindt.

    Mocht je dus overwegen een eventuele verhuizing naar Italië te combineren met een heuse carrièreswitch, dan heb je vast iets aan het volgende lijstje met suggesties die we voor je verzamelden.

    Parmezaanse kaasklopper

    In een land waar de keuken zo’n belangrijk onderdeel uitmaakt van het culturele erfgoed, is het niet gek dat er controleurs zijn die de kwaliteit van de typische ingrediënten met hart en ziel bewaken. Want zo noemen we het voor het gemak ‘Parmezaanse kaas’, maar lang niet elk kaasraspsel dat we over onze pasta strooien is ook echt gemaakt van Parmezaanse kaas. De naam ‘Parmigiano-Reggiano’ is beschermd en hoe!

    Het Consortium ‘Consorzio del Parmigiano Reggiano’ leidt daarom Parmezaanse kaaskloppers op die ervoor zorgen dat de kaas voldoet aan alle eisen die aan de enige echte ‘Parmigiano’ gesteld worden. Natuurlijk heb je als zo’n speciale kaasklopper goed getrainde smaakpapillen nodig en een scherp oog om de vorm en de structuur van elke kaasvorm te kunnen beoordelen. Maar ook een goed gehoor; al kloppend met dat bekende kaashamertje moet je kunnen horen of er stiekem niet toch ergens een gaatje verborgen zit. En pas als de kaasvorm op alle punten voldoet aan die lijst met strenge eisen, mag je als controleur het felbegeerde merk in de kaaskorst branden.

    Keurmeester van Balsamico Azijn uit Modena

    Net zoals lang niet elke geraspte kaas van echte Parmezaanse kaas gemaakt is, is lang niet elk flesje balsamico azijn dat je in je supermarkt terugvindt, ook echt ‘aceto balsamico’ uit Modena. Sterker nog: de kans dat je het daar in de schappen vindt, is heel klein. De enige echte balsamico met het officiële Modena-zegel is vanwege het prijskaartje niet een supermarktproduct te noemen: een flesje met het echte spul kan namelijk honderden euro’s kosten.

    Dat officiële zegel is dus wat elke producent begeert, maar slechts heel zelden door een panel van vijf ‘Aceto Balsamico’ keurmeesters toegekend wordt. Als keurmeester krijg je een enorme strenge training en leer je elk aangeboden flesje Balsamico aan de hand van een heel strikt puntenstelsel te beoordelen. Compromissen sluiten is geen optie: de echte ‘aceto balsamico’ is iets speciaals en moet dat ook blijven.

    Speciaal agent Olijfolie

    Het komt vaker voor dan je zou denken: olijfolie die ‘versneden’ wordt met zonnebloem- of andere olie en daarna als ‘extravergine’ wordt verkocht. Of, bijna net zo erg, Italiaanse olijfolie die met buitenlandse olijfolie gemengd wordt!

    Om de verkoop van deze nep-olijfolie tegen te gaan, heeft de Italiaanse politie een speciaal getrainde eenheid. Als Speciaal Agent Olijfolie leer je door het proeven van slechts een heel klein beetje olie vast te stellen of de olie puur Italiaans is of dat er andere soorten olie door de olijfolie zijn gemengd. En weet je zelfs of er stiekem toch importolijven zijn gebruikt bij het persen van de olie.

    Het klinkt misschien als een niet al te spannend beroep, maar door de inspanningen van deze eenheid is al heel wat zwendel met olijfolie aan het licht gekomen!

    Zwitserse Gardist

    Ooit, zo’n 500 jaar geleden, kwam je ze overal in Europa tegen: regimenten van Zwitserse soldaten die als lijfwachten werden ingehuurd door vorsten en pausen. Die troepen verdwenen langzamerhand omdat zij werden gedood bij het uitoefenen van hun taak of, minder heroïsch, werden afgeschaft. Er bleef er uiteindelijk slechts één regiment over: de Zwitserse Garde in Vaticaanstad.

    Volgens het Vaticaan bestaat de Garde uit ‘Strijders’ en ‘Verdedigers van de Katholieke Kerk’. Niet iets om zomaar mee te spotten dus, ondanks dat zij in hun uniformen doen denken aan harlekijntjes. Lijkt het je wat om Zwitserse Gardist te worden? Check dan eerst even of je aan de voorwaarden voldoet: je moet een jongeman van maximaal 30 jaar zijn, ongetrouwd, katholiek en een Zwitsers paspoort op zak hebben.

    Gondelier

    Gondelier is een beroep dat al sinds de 11e eeuw van vader op zoon wordt doorgegeven. Maar het is ook een vrij beroep, dus wat let je met die Venetiaanse traditie te breken en zelf gondelier te worden?

    Voordat je met je eigen gondel toeristen door de Venetiaanse grachten rondvaart, is het wel zaak een meester te vinden die bereid is jou een behoorlijk aantal jaren de kneepjes van het vak te leren. Jarenlang klinkt als heel wat, maar is niks in vergelijking met de tweede stap op weg naar een leven als gondelier: het bemachtigen van een gemeentelijke vergunning. Daarvoor moet je in allerlei theorie- en praktijkexamens laten zien dat je het gestreepte shirt en die strohoed meer waard bent dan al die andere kandidaten die dezelfde droom najagen. Maar als het je uiteindelijk lukt, is je kostje gekocht!

    Romeinse Soldaat

    Carrière maken als Romeinse Centurion in het moderne Italië? Het kost je weinig meer dan een rood en gouden outfit, een charmante glimlach en een charismatische manier van doen om toeristen te verleiden een foto met je te maken. Uren in de sportschool voor een afgetraind lichaam is niet meer een vereiste. Romeinse soldaat is tegenwoordig een relatief veilig beroep in vergelijking met de goede oude tijd: je hoeft niet ieder moment van de dag klaar te staan om het slagveld te betreden. Hoewel, de vraag is in hoeverre je nieuwe collega’s je aanwezigheid bij het Colosseum weten te waarderen. De kans is groot dat zij hun zwaard trekken en er alsnog een gladiatorengevecht volgt!

    Anti-maffia aanklager

    Openbaar aanklager van de georganiseerde misdaad is één ding, openbaar aanklager van de maffia in Italië iets totaal anders! Je kunt dan wel net als illustere voorgangers als Borsellino en Falcone de bewondering van een groot publiek voor je werk krijgen, maar je hebt tegelijkertijd te maken met enorme risico’s en je leeft vaak onder permanente politiebescherming. De personen die je probeert te bestrijden, behoren tot de machtigste criminele organisaties ter wereld en draaien hun hand er niet voor om een aanslag op je te plegen. Het leven van een olijfoliepolitieagent is dan misschien minder spectaculair, maar wel een stuk veiliger!

  • Dof geplof en vrolijke kleurtjes

    Dof geplof en vrolijke kleurtjes

    Pof. Pofpof. Pofpofpof….pof…pof…

    Ik schrik wakker op de vroege zondagochtend. Geweerschoten. Het lukt mijn slaperige hoofd niet om mijn gedachten te ordenen. ‘Shit, toch oorlog’ en ‘had ik gister maar meer boodschappen gehaald’ schiet door mijn hoofd.

    Heel in de verte blijft het dof ploffen. Ik denk aan de man die ons huis bouwde. Hij vertelde ooit met een niet al te vrolijke grijns dat dof geplof in zijn Siciliaanse dorp niks te maken had met schieten op konijnen.

    Konijnen.
    Natuurlijk.
    Het is september.
    De jagers gaan weer los.

    Ik kruip dieper onder de dekens om verder te slapen. De kerkklok slaat 7 uur. ‘Ik moet binnenkort de felgekleurde jasjes zoeken’ is het laatste wat ik denk voordat ik weer wegzak.

    Sprookjes en ‘echte jagers’

    Voordat we hier kwamen wonen, waren jagers en de jacht een ver-van-mijn-bed-show. Iets uit sprookjes en lang vervlogen tijden. In ieder geval niet iets van nu. Die eerste keer dat ik een troep jagers in het wild zag was dan ook een bijzondere ervaring. Allemaal strak in jagerspak met groene pet. Hun jachtgeweren nonchalant over de schouder. En omringd door een roedel snuffelende honden. Wat me het meest verbijsterde was de plek waar we elkaar tegenkwamen. Niet in een bos of langs de rand van een grasland waar je ze zou verwachten. Het was in de olijfboomgaard bij het huis van vrienden. Zwijnen zijn namelijk gek op olijven.

    ‘Niet in mijn achtertuin’

    Onze doorgaans toch zeer gastvrije vriend kon dit onaangekondigde bezoek duidelijk niet waarderen. Met ingehouden woede en ogen die vuur schoten verzocht hij de mannen dringend zijn privé-terrein te verlaten. En niet te vergeten dat wij er waren. En dat er kinderen rondliepen die verstoppertje speelden. Dat eerste klonk best dreigend en ik vroeg me af wat hij dacht te doen tegen gewapende mannen. Die tweede opmerking kon ik niet plaatsen.

    ‘Dat ze maar ergens anders zogenaamd van de natuur gaan genieten en hun stoere mannendingen doen. Geen gedonder in mijn achtertuin’, mompelde vriend terwijl hij naar binnenliep.

    En vlak daarna weer naar buiten kwam met felgekleurde jassen, mutsen en sjaals. ‘Levensredders’ noemde hij de kledingstukken en verplichtte ons de rest van de dag als een bont gekleurd gezelschap hard pratend en vrolijk zingend olijven te plukken. Niet lang daarna geholpen door de kinderen; verstoppertje spelen in een knalrood jackje met een gele muts op is nou eenmaal niet het summum.

    Veel kleur en lawaai

    Het lijkt een beetje overdreven misschien, maar onze vriend had wel gelijk. Het afgeschoten wild niet meegeteld vallen er jaarlijks tientallen doden tijdens de jacht. Geweren die per ongeluk afgaan, de niet meer zo scherpe blik na het zoveelste slokje uit de zakfles.

    De kans bestaat dat je als wandelaar, paddestoelenzoeker, olijvenplukker en zelfs collega-jager voor een everzwijn wordt aangezien. Spelende kinderen kunnen trouwens verdacht veel lijken op een fazant, zo verscholen in het struikgewas. Zorgen dat je opvalt verkleint die kans op een inschattingsfoutje. Die vrolijk gekleurde uitdossing, het verhalen vertellen en het zingen vergroten tegelijkertijd de lol. De doffe knallen uit de jachtgeweren verdwijnen dan vanzelf naar de achtergrond

    Zoek, zoek, zoek….

    Onze vriend is er helaas niet meer. Zijn olijvenboomgaard wel. En natuurlijk ook de felgekleurde bescherming die hij ons meegaf. De enige vraag is waar ik die bewaard heb. Gelukkig heb ik nog even om de kasten uit te spitten. Eind oktober, begin november harken wij, zingend en pratend en denkend aan hem, de nieuwe oogst uit de bomen.

  • Autorijles

    Autorijles

    Het was zover. Zoonlief werd officieel volwassen. Eindelijk oud genoeg om te leren autorijden. Gesponsord door zijn oma, die zich er al op verheugde door haar kleinzoon van het vliegveld te worden gehaald bij haar volgende bezoek. Denkend aan mijn eigen rijexamen-ellende dacht ik zelf eerder aan een aantal bezoekjes verder in de tijd.

    Toen nog wel.

    “Dus mam, bereid je er alvast maar op voor. Als ik dadelijk mijn theorie-examen haal, krijg ik mijn ‘foglia rossa’. Leuk hè?”

    “Een rose velletje? Da’s niet hetzelfde als je rijbewijs, toch? Super! Waar gebruik je dat rose velletje voor? Als bewijs dat je mag beginnen met rijlessen?”

    “Yep. En dat ik mag rijden in de auto.”

    “Dat snap ik. Rijlessen nemen zonder te rijden in een auto lijkt mij wat onhandig, niet? Dan wordt het wel heel theoretisch allemaal, hahahaha.”

    “Sjeetje mam, het is niet alleen voor de lessen bij de rijschool. Ik mag dan ook al in jouw auto rijden.”

    “…..”

    “Niet alleen hoor, maar met jou of pappa erbij.”

    “…..”

    “En met zo’n grote ‘P’ op de auto geplakt, weet iedereen tenminste meteen dat ik bezig ben met rijlessen en het nog niet zo goed kan.”

    “…..”

    “Dus als je me dan komt ophalen van de bus, rij ik ons naar huis.”

    “…..”

    “Vind je dat niet hartstikke leuk? Hoef je vanaf dat moment niet meer zelf te rijden als ik in de buurt ben. Luxe hè, mam, heb je je eigen chauffeur.”

    “…Eh, ja …luxe, mijn eigen chauffeur. Maar voordat je in mijn auto gaat rijden heb je wel al een heleboel rijlessen gehad, neem ik aan. Kruisen ze die dan af op dat roze velletje?”

    “Nee hoor, ik mag meteen in de auto stappen. Maar ik denk dat ik eerst twee lessen neem en dan pas ga rijden met jullie.”

    “Nou, dat lijkt me heel verstandig, kerel. Eerst maar twee keer rijden met een instructeur naast je om wat te wennen aan het rijden en het verkeer. Misschien zijn drie rijlessen ook niet gek. Heb je toch al drie uur ervaring voordat je….”

    “Drie uur? Anderhalf mam, de rijlessen duren maar een half uurtje. Maar twee lessen moet voldoende zijn.”

    “…Oh…echt? En hoeveel rijlessen denk je dat je nodig hebt voordat je rijexamen doet? Heeft de rijinstructeur daar al iets van gezegd? ”

    “Nou, hij zei dat 12 lessen normaalgesproken genoeg zijn. We gaan trouwens ook een keertje in het donker rijden. En over de Fi-Pi-Li van Pisa naar huis.”

    “12 lessen?”

    “Ja.”

    “ Van een half uur?”

    “Ja, dat zei ik toch net?”

    “Dus je rijdt in totaal 6 uur met een instructeur? Man, dan heb je toch net geleerd recht te blijven rijden terwijl je tegelijkertijd je richtingaanwijzer aanzet. En dan wil ik het nog niet over het schakelen hebben. 12 lessen? Echt? Wij reden gemiddeld 20 keer een uur voordat ze ook maar over een examen begonnen.”

    “Ja mam, echt, 12 lessen. Dat rose velletje is trouwens maar een half jaar geldig, dus binnen die tijd moet ik mijn rijbewijs halen. Anders kan ik weer overnieuw beginnen met mijn theorie-examen en daar heb ik geen zin in.”

    Het was er zo ééntje.
    Zo’n ‘aha’-moment waarop je ineens helemaal helder hebt waarom situaties zijn zoals ze zijn.

    Het hoe en waarom van die befaamde Italiaanse rijstijl was me in één klap duidelijk. Want 12 rijlessen van een half uur is niet veel. Praktijkervaring op doen door te rijden naast je ouders is ook niet altijd aanbevelenswaardig. Vooral niet als zij daarmee hun eigen chaotische verkeersstijl doorgeven. En de kans is, desondanks, extreem groot dat je in één keer slaagt voor je rijexamen als ik mag afgaan op de verhalen van zoon en zijn vrienden.

    Hoe het bij ons afliep…

    Zoals voorspeld had hij er uiteindelijk inderdaad maar 12 nodig. Hij maakte daarnaast wel heel wat extra uren met mijn nieuwe held, zijn vader.

    Die regelmatig bij thuiskomst met een grimas op zijn gezicht onder de douche sprong om het zweet van zijn rug af te spoelen.
    En volgens mijn zoon lang niet zo vaak explodeerde in de auto als we hadden verwacht.

    Hij leerde hem feilloos inparkeren, rijden door de stromende regen en netjes inhalen op de grote weg. Met het juiste gebruik van de richtingaanwijzers natuurlijk.

    Ik had ook zoals voorspeld binnen no time mijn eigen privé-chauffeur, hoewel het iedere keer een slikmoment was om die sleutel te overhandigen. En hij zal waarschijnlijk tot in de lengte der dagen in gedachten mijn stem horen die hem zegt zijn spiegels te checken, over zijn schouder te kijken bij het afslaan én uitstappen en eerder, veel eerder te remmen.

    Maar al dat schijnbaar ontspannen naast hem in de auto zitten met samengeknepen billen leverde wel het resultaat dat wij voor ogen hadden: hij rijdt onitaliaans netjes en beheerst. Ik denk er zelfs over om niet een jaar te wachten met het verwijderen van die levensgrote ‘P’ van mijn auto! Stiekem vind ik het namelijk een fijn idee dat iedereen op die manier weet dat hij net begonnen is met rijden.

  • Uitverkoop, joepie!?

    Uitverkoop, joepie!?

    Mijn Nederlandse vriendin die hier in de buurt woont ploft op de keukenstoel. Ze grinnikt als ze denkt aan wat ze net op de radio in de auto hoorde.
    ‘Je kunt wel merken dat het komkommertijd is. Ze vertelden dat de uitverkoop op de eerste juli is begonnen. Wereldnieuws, echt! Is dat nou zo bijzonder dat ze er een nieuwsitem van moeten maken?”

    Gespitste oren

    Uitverkoop? Ik merk dat ik onbewust mijn oren spits. Naar Nederlandse begrippen is het inderdaad opvallend dat het nieuws is. Het lijkt in ons kikkerlandje tegenwoordig voortdurend uitverkoop met de lente-, zomer-, herfst- en wintercollectie die na drie weken in de winkel te hebben gehangen voor bodemprijzen verkocht worden om ruimte te maken voor nieuwe dingen. Als de kledingstukken niet al eerder verkocht zijn met een actie als ‘3 halen, 2 betalen’, ‘hoe meer je koopt, hoe groter de korting’ en andere marketingtrucs om je als klant vooral te verleiden nog eens wat extra’s te kopen.

    ‘Saldi’

    In Italie worden die trucs minder vaak gebruikt. En heb je nog te maken met twee echte, officiële en vaststaande momenten waarop De Uitverkoop begint. Netjes gereguleerd met allerlei wetten en regeltjes waar je je als winkelier maar beter aankunt houden om geen boetes te riskeren.

    Wat dan wel weer voor creatieve acties zorgt om te laten weten dat je ergens met korting kunt kopen zonder het woord ‘saldi’ te gebruiken. En verkopers die je een week of wat voor het begin van de uitverkoop je al fluisterend laten weten dat je nu al alles kunt kopen met 30% korting. Alsof het om iets illegaals gaat. Wat het dan misschien ook wel is. Maar korting voelt toch niet als ‘echte’ criminele activiteiten.

    Kicken

    Omdat het dus niet doorlopend uitverkoop is, maar slechts af en toe, krijg je bij het begrip ‘uitverkoop’ het idee dat je er snel bij moet zijn. En wordt de koopjesjager in mij wakker. Vlak voordat de uitverkoop van start gaat, koop ik namelijk geen kleding meer.

    Ik weet het.
    Je zou me een gierige Hollandse krent kunnen noemen.
    Ik persoonlijk beschrijf mezelf liever als een uitverkoopverslaafde die meer voor minder wil.

    Het is kicken om die ene leuke broek, die in vergelijking met de kledingprijzen in Nederland toch al niks kost, voor nog minder te krijgen. Net zoals het gewoon heel leuk is om die leuke bijpassende blouse voor de helft van de prijs mee te nemen. De enige uitverkoopvoorwaarde is dat je niet te lang moet wachten. Ik ben namelijk niet de enige uitverkoopverslaafde hier in de buurt.

    Tegenvaller

    De laatste twee, drie jaar kom ik alleen iedere keer weer van een koude kermis terug als ik, gewapend met mijn bankpas, opgetogen de stad intrek. Die leuke broek is dan niet meer te vinden. Die bijpassende blouse net zo min. Sowieso vind je weinig terug van wat de week tevoren wel nog in de zaak hing. Het lijkt steeds meer op een magazijnverkoop. Met kleding die 10 jaar geleden best nog voor hip had kunnen doorgaan. Ik vis dus steeds vaker achter het uitverkoopnet.

    De (jammer genoeg enige) oplossing

    Waar ik voorheen dus afwachtte tot het begin van de uitverkoop, koop ik tegenwoordig gewoon maar meteen dat wat ik leuk vind. Om teleurstelling en ergernis te voorkomen. Maar dat neemt niet weg dat de koopjesjager in mij wakkergeschud is door het woord ‘uitverkoop’. Ik denk dat ik morgen toch even ga kijken….

  • 10 Italiaanse pretparken en waterparadijzen die je niet moet missen!

    10 Italiaanse pretparken en waterparadijzen die je niet moet missen!

    Heerlijk, al dat cultuurhappen, ontspannen in de zon en lekker eten. Maar soms wil je gewoon een anders-dan-anders-vakantiedag in Italië. En waarom zou je dan niet eens gewoon een bezoekje brengen aan één van de vele pretparken en waterparadijzen die Italië rijk is?

    We maakten voor ditisitalie.nl een overzicht van 10 bekende parken van het noorden tot het zuiden. Mét de belangrijkste attracties die je niet moet missen als je er bent. En neem altijd je zwemspullen in een tasje mee; vanwege het warme weer hebben de meeste Italiaanse pretparken een apart watergedeelte. En mocht je nog een park missen dat absoluut de moeite waard is, laat het me weten!

    1 Gardaland – Castelnuovo di Garda (Verona)

    Met meer dan 40 attracties is Gardaland bij het Gardameer het grootste en bekendste pretpark van Italië. Een pretpark waar voor iedereen iets te beleven is. Kleine kinderen komen aan hun trekken in het ‘Fantasy’-deel met attracties als de Kung Fu Academy, de ‘Saltomatto’ en de Flying Island. Voor de avonturiers van alle leeftijden is er het ‘Adventure’-gedeelte met allerlei waterbanen als de Jungle Rapids en de ‘Fuga da Atlantide’, waarbij je een duik van 16 meter maakt in je boomstam. En de echte waaghalzen vinden in ‘Adrenaline’ de meest spectaculaire achtbanen. De Raptor, de Black Hole en de nieuwe virtual reality Shaman moet je echt gedaan hebben!

    2 Caneva Worldresort – Lazise (Verona)

    Een ander groot pretpark aan de oevers van het Gardameer is Caneva Worldresort. Eigenlijk zijn het twee parken die op een aantal kilometers van elkaar af liggen: het waterpark en een movie-park.

    Het Caneva Aquapark is een zwemparadijs geschikt voor alle leeftijden met tal van waterglijbanen, zwembaden en plekken om languit te bij te komen in de zon nadat je de Kamikaze, de Crazy River en de Supersplash uitgeprobeerd hebt.

    Het Movieland Park is het eerste pretpark in Italië dat, geïnspireerd door de themaparken van American Universal Studios, helemaal in het teken van de film staat. Een bezoekje aan de John Rambo Stuntshow is een must, net als een ritje in de Police Academy Achtbaan. En het Horror House is voor de echte koelbloedigen onder ons: slechts 40% van de bezoekers lukt het om de route uit te lopen!

    3 Aqualandia – Jesolo

    Alsof je je opeens op een Caribisch eiland bevindt en niet in de buurt van Venetië! Dat is het gevoel dat je krijgt als je het waterpretpark Aqualandia binnenloopt. Het park is onderverdeeld in 8 themagebieden. Onder de attracties vindt je de Spacemaker, de hoogste waterglijbaan ter wereld, en de Barracudas. Nog niet genoeg adrenlaine door je aderen? Probeer dan eens een sprong van de hoogste bungeejumptoren van Europa. Maar ook iedereen die niet zo van deze adrenalineshots houdt, kan zich prima vermaken. In het park zijn er allerlei soorten zwembaden en minder heftige glijbanen die geschikt zijn voor alle leeftijden.

    4 Zee-aquarium van Genua – Genua

    Minder mooi weer? Geen zin om buiten rond te lopen? Maar wel zin in zee op een andere manier? Breng dan eens een bezoek aan het het acquarium van Genua. Dit aquarium, ontworpen door Renzo Piano, is het op één na grootste grootste zeeaquarium in Europa en ligt in de oude haven van de stad.

    Ruim 70 waterbassins geven je de kans om meer dan 600 diersoorten afkomstig uit alle wereldzeeën van dichtbij te bewonderen. Ontmoet bijvoorbeeld de zeldzame zeekoe, maar ook oude bekenden als de pinguïns, dolfijnen en zeehonden. En wat dacht je van allerlei soorten kwallen, veelkleurige tropische vissen of reptielen? De route door het aquarium duurt in totaal ongeveer 2,5uur. Wat je er zeker niet moet overslaan? De haaienbaai!

    5 Mirabilandia – Ravenna

    Dit pret- & waterpark is echt heel populair in Italië. Het is opgebouwd rond drie meren, geschikt voor alle leeftijden en heeft voor ieder wat wils. De attracties zijn verdeeld op basis van de adrenalinekick die je ervan krijgt: intens, gematigd en soft. De meest populaire attracties in het park zijn de Katun, een achtbaan waar je in je stoeltje aanhangt, en de formule1 iSpeed achtbaan. En sla de Divertical niet over, de 60m hoge waterachtbaan! Genoeg van alle actie? Dan kun je ook relaxen op één van de aangelegde strandjes, dobberen op de Rio Angel of zwemmen in één van de golfslagbaden.

    6 Zoomarine – Pomezia (Lazio)

    Genoeg van al het cultuurhappen in Rome? Toe aan verfrissing? Dan is Zoomarine, net buiten de stad, de plek die je zoekt. In dit waterpretpark/aquarium kun je met waterkanonnen gevechten houden aan boord van Romeinse galeischepen, naar beneden roetsjen van de waterglijbanen of ritjes maken in één van de achtbanen. Maar je kunt er ook meer te weten komen over de dierenwereld, genieten van dolfijnen- en zeeleeuwenshow, kijken bij de schildpaddenopvang of een prehistorirsch park binnenlopen met dinosaurussen op ware grootte.

    7 Rainbow Magicland – Valmontone (Rome)

    Rainbow Magicland is een pretpark dat helemaal in het teken staat van de magie: elk deel van het park heeft een fantasiethema en het draait allemaal om de populaire Italiaanse Rainbow-animaties en Winx Club-tekenfilms. Er zijn volop sprookjeskastelen, maar ook overal Vikingen, feeën en tovenaars.

    Rondom het centraal gelegen meer vind je bijna 40 attracties die voor alle leeftijden wat te bieden hebben. Ben je op zoek naar avontuur? Dan is een ritje in de Shock-achtbaan, een 60m vrije val in de Mystika of de interactieve darkride Huntik 5D absoluut iets voor jou. Doe je het liever rustig aan, breng dan een bezoekje aan het 3D theater of aan één van de vele shows die er heel regelmatig te bekijken zijn.

    8 Aquafan – Riccione

    Aquafan is een heel bekend waterpretpark in Italië, waar zowel kleine kinderen als jongeren een heel leuke dag kunnen doorbrengen. Je vindt er bubbelbaden en rustig kabbelende riviertjes, maar ook golfslagbaden en razendsnelle waterglijbanen.

    Een absolute must? De Black Hole, een meer dan 200 meter lange waterglijbaan in het donker. En een dagje Aquafan is eingelijk niet compleet zonder de Kamikaze te hebben gedaan: waterglijbanen van 90 meter waar je met een snelheid van 70 km/u afglijdt.

    Aquafan is verder bekend van de ‘Schiuma parties’ in augustus, waarbij het park tot ver na middernacht openblijft, schuim de hoofdrol speelt en bekende DJ’s zorgen voor de muziek.

    9 Zoosafari/Fasanolandia – Fasano (Brindisi)

    Zoosafari Fasanolandia in Apulië is een pret- en safaripark in één. Je kunt met je eigen auto door de ‘drive-through’ safaripark rijden om er de dieren die er rondlopen te bekijken. Verder kun je ook al wandelend een bezoekje brengen aan bijvoorbeeld het Meer van de Grote Zoogdieren waar je ijsberen, neushoorns en zeehonden vindt. Daarnaast is er een ‘Apendorp’ en een Tropische Hal, met onder meer vissen en reptielen.

    Het pretpark Fasanolandia heeft verschillende attracties voor alle leeftijden, zoals een wildwaterbaan, achtbanen, spooktreinen en botsauto’s. De Eurofighter-achtbaan is een must voor de thrillseekers onder ons: een verticale start, een rit van 400 meter en een val van 97 graden!

    10 Etnaland – Belpasso (Catania)

    Etnaland, vlakbij Belpasso op Sicilië, is het grootste park in Zuid-Italië. Behalve het pretpark met attracties en waterglijbanen in alle soorten en maten in het aquapark, kun je er ook wandelen in de botanische tuin of een kijkje nemen in het Prehistorische Park. Wat je er echt niet moet missen? De achtbaan The Storm en een vrije val van de Etnaland Tower in het pretparkgedeelte. In het waterpark moet je als echte thrillseeker de Dragon River en de Jungle Splash niet overslaan!

  • Een andere kijk op afstand

    Een andere kijk op afstand

    Een raar fenomeen hoor, afstand. Het is eigenlijk net zoiets als tijd. Je kunt het heel gewoon en zonder problemen meten in centimeters, meters en kilometers. Maar er is ook dat ene, subjectieve deel. Net zoals een uur eeuwig kan duren en een dag in een oogwenk voorbijvliegt, kan een afstand tussen A en B soms langer of korter lijken dan het daadwerkelijk is.

    Het gevoel bij dezelfde hoeveelheid kilometers verschilt zelfs van persoon tot persoon: waar voor de één 100 kilometer een kippeneindje is, is het voor een ander een bijna onoverbrugbare afstand. En het gevoel dat je bij een bepaalde afstand hebt, kan veranderen. Ik weet het uit eigen ervaring.

    Een dagtrip

    Utrecht en Den Haag lagen voor mijn gevoel echt niet om de hoek toen ik nog in Nederland woonde en Italië alleen maar kende als het land waar de vader van een vriendinnetje vandaan kwam. Een dagje naar één van de grote steden toe betekende zo vroeg mogelijk op. Om er zo vroeg mogelijk te zijn. Om zoveel mogelijk van de dag te kunnen genieten. Je ondernam die hele reis van wel 80 kilometer toch zeker niet om er maar een paar uurtjes rond te kunnen wandelen? Ben je gek!

    Bezoekjes aan de familie in het zuiden van het land waren dan ook steevast logeerpartijen van een weekend. Vrijdag heen, zondagavond laat terug. Deels vanwege iedereen die we wilden zien. Maar ook omdat die 215 kilometer heen en weer op één dag gekkenwerk was.

    Als ik er nu zo over nadenk is die grote afstand misschien ook de reden waarom ik nog nooit van mijn leven in een stad als bijvoorbeeld Middelburg ben geweest.

    Ander gevoel bij afstand

    En toen leerde ik die leuke Italiaanse jongen kennen. Die rustig een avondje uit ging in een of andere disco 150 kilometer verderop. Of 40 kilometer reed voor een goede kop koffie in die ene bar met dat mooie uitzicht. Die het de gewoonste zaak van de wereld vond om op vrijdag na zijn werk in het Italiaanse noorden met een stel collega’s naar hun ouderlijk huis in het Italiaanse zuiden te rijden. Om zondagavond weer terug te gaan.

    1200 kilometer.
    Heen.
    En ook weer 1200 terug.
    Zo goed als elk weekend.

    Die nu nog steeds zonder met zijn ogen te knipperen in de auto stapt om een vriend 300 kilometer verderop een dagje te helpen met wat klusjes. En afgaand op de verhalen van vrienden om ons heen, is hij niet de enige die zo leeft en reist.

    Gewenning

    Sinds we samen in Italië wonen, is mijn gevoel bij afstanden dan ook veranderd. Alsof de grootte van het land ervoor zorgt dat je ideeën bij afstanden zich oprekken.

    Ik stap tegenwoordig rustig in de trein voor een namiddagje Florence, dat op dezelfde afstand ligt als ooit Utrecht of Den Haag.
    Leg zonder blikken of blozen afstanden af waar ik voorheen een picknickmand voor zou hebben klaargemaakt.
    En heb het gevoel dat de meeste grote steden in Italië binnen handbereik liggen.

    Terugdenkend aan de manier waarop ik vroeger afstanden beleefden, moet ik glimlachen. Grote afstanden doen me dus niet meer zo heel veel.

    Hoewel, dat is niet helemaal waar.

    Groningen ligt voor mijn gevoel nog steeds aan het andere eind van de wereld als ik op het Vrijthof in Maastricht sta, terwijl Rome en Milaan naar mijn idee bij mij om de hoek liggen.

    Afstand. Het blijft een raar fenomeen.

  • Ontdek Puglia in 10 stappen

    Ontdek Puglia in 10 stappen

    Het is tegenwoordig helemaal hip: vakantie vieren in Apulië. En eerlijk gezegd is het verbazingwekkend dat dit stukje Italië niet jaren geleden ontdekt is. Het heeft zoveel te bieden: een schilderachtige kustlijn met helderblauw water, zand- en rotsstranden en heuvelachtige landschappen. Maar ook prachtige steden en betoverende kastelen, waarin je de rijke geschiedenis van de streek terugvindt. Kortom: een klein Italiaans paradijs.

    Met zoveel moois in de aanbieding is het moeilijk kiezen Want wat mag je beslist niet missen als je naar ‘Puglia’ reist? We stelden een overzicht samen met onze 10 favoriete plekken.

    1 Gargano en Vieste

    Hou je van de cobinatie zee, natuurschoon en vertier? Dan is de Gargano echt een plek voor jou! Dit ‘Spoor van de Italiaanse laars’ is één van de meest weelderige en verrassende natuurgebieden in Apulië. Het bergachtige binnenland is dichtbebost door de Foresta Umbra, terwijl je langs de vrij ruige kustlijn allerlei strandjes kunt vinden. De meesten ervan kun je alleen via de zee bereiken, waardoor een dagje relaxen ook echt gelijk staat aan niet te veel mensen om je heen.

    Wil je na een dagje ontspannen ‘s avonds leven in de brouwerij? Bezoek dan één van de mooie historische dorpjes in de Gargano. De mooiste is zonder twijfel Vieste, een vissersstadje dat de ‘parel van de Gargano’ wordt genoemd.

    2 De Tremiti-eilanden

    Lijkt een boottocht door een maritiem zeereservaat je wel wat en wil je mooie kreken en baaien ontdekken? Hou je van duiken en wil je onderwatergrotten bekijken? Ga dan zeker naar de Tremiti-archipel voor de noordelijke kust van de Gargano. Alleen al de tocht naar de eilendengroep die met haar witte rotsen afsteekt tegen het helderblauwe water is de moeite waard.

    De groep bestaat uit 5 eilanden: San Domino, San Nicola, de belangrijkste trekpleister van de eilandengroep met zijn zandstranden, Capraia, Cretaccio en het volledig onbewoonde Pianosa. De eilanden bieden een prachtig landschap met ravijnen, prachtige grotten en kristalhelder water waar je kunt zwemmen in een onwerkelijke stilte, ver weg van de overvolle zomerse stranden.

    3 Castel del Monte

    Hebben mysterieuze plekken jouw belangstelling? Dan mag je Castel del Monte, één van de mysterieuste plekken in Italië, zeker niet overslaan! Het is een indrukwekkend kasteel uit de 13e eeuw dat vooral beroemd is vanwege zijn ongewone bouw. Het is namelijk achthoekig met op elke hoek een achthoekige toren en gebouwd rondom een achthoekige binnenplaats waar acht kamers op uitkomen.

    Waar het kasteel precies voor gebruikt werd is de vraag: er is geen slotgracht of greppel en de toegangspoort is niet goed te barricaderen, waardoor het niet echt bruikbaar is als vesting. Er zijn veel legendes over het kasteel en volgens de overleveringen zou het verbonden zijn aan de orde van de Tempeliers. Castel del Monte staat op de Unesco Werelderfgoedlijst en prijkt op de achterkant van de Italiaanse 1 eurocentmunt.

    4 De grotten van Castellana

    Apulië heeft ook ondergronds adembenemende verrassingen in petto. Hoewel de enorme 60 meter diepe toegangskloof La Grave al sinds mensenheugenis bekend is, zijn de grotten pas in 1938 ontdekt. Vanaf La Grave daal je via aangelegde trappen af naar de eerste grot. Ook als je last hebt van claustrofobie is er geen reden voor paniek: deze grot is 100 meter hoog en immens groot.

    Vanuit deze toegangsgrot kun je onder begeleiding twee routes lopen door het ondergrondse stelsel. De langste route voert langs kloven en onderling zeer verschillende ruimtes naar de Grotta Bianca. Daar snap je waarom de grotten van Catellana tot de mooiste ter wereld gerekend geworden: deze grot biedt dankzij het witte en extreem heldere albast een oogverblindend schouwspel van stalagtieten en stalagmieten.

    5 Alberobello

    Ben je op zoek naar een sprookjesachtige stadje? Eentje dat absoluut enig is in haar soort? Dan moet je Alberobello niet overslaan tijdens je reis. De stad is met haar Trulli, witte rondgebouwde huisjes met een kegelvormig dak, uitgegroeid tot hèt symbool van Apulië.

    De wijken Rione Monti en Aia Piccola in het oude stadscentrum, zijn helemaal opgebouwd uit Trulli. Wandelend door de smalle straatjes en steegjes zou het je niet eens meer verbazen als je opeens een kabouter of zelfs een Hobbit zou tegenkomen.

    De ene Trullo is trouwens de andere niet, dus ga zeker op zoek naar de siamese Trullo of de Trullo Sovrano, de enige Trullo die is opgebouwd uit twee verdiepingen en waar het Trullo-museum is. En zoals elk zichzelf respecterend Italiaans stadje betaamt is er ook een kerk: de trullokerk Sant’Antonio is echt het bekijken waard!

    6 Ostuni

    Wil je helemaal los gaan met je fototoestel? Dan is het fotogenieke Ostuni een must! Het witte stadje ligt op een heuvel en straalt je op een zonnige dag al vanuit de verte tegemoet. Dat komt door de witte muren van de huizen en de met kalk bedekte straten van het historisch centrum. Je vindt er prachtige paleizen en bezienswaardigheden zoals de Kleine Basiliek en de Zuil van Sant’Oronzo.

    Vanuit de stad op haar heuvel heb je een prachtig uitzicht op Adriatische Zee. Er heerst een leuke sfeer met de barretjes en de restaurantjes aan de pleinen en de kleine winkeltjes in de straten. En niet alleen overdag!

    7 Bari

    Je kunt natuurlijk niet naar Apulië gaan en de hoofdstad van de regio overslaan. Bari is een bruisende haven- en universiteitsstad aan de Adriatische kust. De wijk San Nicola, ook wel Bari Vecchia genoemd, is het kloppende hart van de stad. Dit historische centrum is middeleeuws en moet je al wandelend door de smalle kronkelende straatjes en steegjes echt ontdekken. Je vindt er prachtige gebouwen, mooie kerken en gezellige pleintjes omringd door een romantische boulevard.

    Vergeet niet een bezoekje aan het Castello Svevo te brengen, aan de kathedraal van San Sabino en aan de basiliek van San Nicola, onze eigenste Sinterklaas én beschermheilige van de stad!

    8 Lecce

    Wie ‘Lecce’ zegt, zegt ‘barok’. En als je door de straten van het oude centrum loopt begrijp je waarom het ook wel het Florence van het Zuiden of het Athene van Apulië wordt genoemd. In het historische stadscentrum, dat binnen de nu grotendeels verdwenen stadsmuren ligt, wisselen overblijfselen uit de Romeinse tijd en prachtige middeleeuwse gebouwen elkaar af.

    De paleizen, kerken en kloosters die je tegenkomt zijn versierd met 17e eeuwse barok, uitgesneden in de typische pietra leccese. Mis de Santa Croce, de Piazza del Duomo en Piazza Sant’Oronzo niet, maar geniet ook van de lange winkelstraten waar je tot ‘s avonds laat kunt rondslenteren om de sfeer van de stad te proeven en een ijsje of een ‘rustico leccese’ te eten.

    9 Gallipoli

    ‘Prachtige stad’. Dat is de naam die die oude Grieken aan Gallipoli gaven. En die benaming is ook vandaag de dag nog terecht. Het historische stadscentrum, het oorspronkelijke Gallipoli, ligt op een rotseiland omringd door de Ionische Zee. Een smalle boogbrug uit de 16e eeuw verbindt het historische centrum met ‘il borgo‘, het modernere deel van de stad op het vasteland.

    Het is een schilderachtige plek waar je alles goed te voet kunt ontdekken. Je kunt overdag genieten van de stranden en het blauwe water van de zee, terwijl je ‘s avonds kunt genieten van het uitgaansleven in de trendy bars en clubs in de stad.

    10 Otranto

    Otranto onder een bewolkte lucht

    Otranto is de Parel van Salento. Het is de meest oostelijk gelegen stad van Italië en heeft één van de mooiste historische stadscentra van het land. Het oude stadscentrum bestaat uit een wirwar van knusse straatjes en pleinen. Je kunt er over de stadsmuren omheen lopen en een bezoekje brengen aan het kasteel. Moegelopen? Spreid dan net buiten de muren van het historische centrum je handdoek uit op het stadsstrand en neem een verkwikkende duik nemen in de baai waar Otranto omheen gebouwd is.

  • Examenstress

    Examenstress

    Het ene moment breng je ze voor het eerst naar de kleuterschool. Het volgende zijn ze in het laatste jaar van het voortgezet onderwijs beland. En begint hij die ooit onze grote kleine man was en nu een zo goed als volwassen kerel, over een dikke maand aan zijn eindexamens. Langzaamaan begint de spanning hier in huis toe te nemen. Die 22ste juni, de eerste dag van de examens, komt nu opeens wel heel snel dichterbij.

    Eindexamens.
    Ik kan me die periode nog heel goed herinneren.

    Een jaar lang stevige druk op de ketel.
    Leraren die ons er van tijd tot tijd fijntjes aan herinnerden dat dit laatste jaar belangrijk was.
    Dat ons nog veel te doen stond.
    Boeken lezen voor lijsten.
    Verslagen schrijven.
    Werkstukken.
    Schoolonderzoeken maken.
    Elk cijfer, elk resultaat dat je haalde, telde mee voor dat Eindexamen.
    Dat startte met mondelinge examens voor elk vak dat je had.
    Gevolgd door die laatste dagen hard blokken voor de schriftelijke examens in een poging toch nog iets te begrijpen van dat wat abracadra bleef.
    Er op hopend dat dat onderwerp niet in het Examen zou voorkomen.
    Met uiteindelijk de opluchting omdat die periode vol spanning achter de rug was en je er niks meer aan kon veranderen.

    Maar aan mijn herinneringen en ervaringen heeft mijn zoon niet veel. Hij groeit op in een heel andere schoolrealiteit dan ik. Dat weet ik na al die jaren heus wel. Maar toch is het juist dit jaar weer een rare gewaarwording dat er zoveel verschillen zijn en ik dus niet precies weet wat ik moet verwachten.

    Natuurlijk voeren ook Italiaanse docenten de druk op de ketel op in dat laatste jaar. Maar zoonlief lijkt er samen met zijn klasgenoten verbazingwekkend sereen onder te blijven.

    Legt mij verschillende keren uit dat die cijfers voor zijn proefwerken aan het begin van het schooljaar echt alleen maar meetellen voor het eerste rapport.
    Begint in februari wat harder te blokken en langere dagen te maken.
    Niet omdat de cijfers van het tweede rapport meetellen in het uiteindelijke examenresultaat.
    Wel omdat het tweede en tevens laatste rapport bepaalt of je wordt toegelaten tot die examens.

    Waar je verder zo goed als blanco ingaat.
    Op kredietpunten na die je met allerlei buitenschoolse activiteiten kunt verzamelen.
    Maar lang niet alle punten en alleen als je docenten er accoord mee gaan.
    Als ik zijn uitleg tenminste goed begrepen heb.

    En dan de uiteindelijke eindexamens?
    Die legt hij niet af in elk vak dat hij tot op de laatste schooldag heeft.
    Er is een landelijk afgenomen examen voor Italiaans.
    Een landelijk afgenomen examen voor het belangrijkste vak van je schoolrichting.
    Een derde schriftelijk examen met vragen over vier verschillende vakken dat door elke school zelf wordt samengesteld.
    En tot besluit een mondeling examen over een zelf gekozen onderwerp waarin verschillende schoolvakken gecombineerd moeten worden.

    Veel heeft hij dus niet aan zijn moeder en haar eindexamenherinneringen waar het aankomt op de praktische examenaanpak. Sta ik dan helemaal met lege handen? Moet ik vanaf de zijlijn toekijken? Er maar gewoon het beste van hopen?

    Nee, gelukkig niet helemaal. Want er is nog een kant aan examendoen. Eentje waarbij het niet uitmaakt hoe de procedures zijn, welke taal je docenten spreken en de manier waarop je je examen aflegt. Mijn ervaringen om die universele examenstress en daarbij horende emoties zo goed mogelijk de baas te blijven, komen de komende maand vast van pas!

  • 11 typisch Italiaanse gerechten waar ze in Italië nog nooit van gehoord hebben!

    11 typisch Italiaanse gerechten waar ze in Italië nog nooit van gehoord hebben!

    Lekker, iets Italiaans eten, daar heb je zin in! Tenminste, je gaat er vanuit dat het ‘typisch Italiaans’ is, want dat heb je zo van huis uit meegekregen. Maar net zoals het niet al goud is wat blinkt, is ook niet alles zo Italiaans als je denkt.

    Sterker nog, jouw vertrouwde lievelingsgerecht kan in Italië heel anders zijn dan je gewend bent. Of zelfs voor een verbaasde blik van de bediening zorgen, omdat ze er nog nooit van gehoord hebben! Daarom een overzicht van die gerechten die ons aan ‘echt Italiaans eten’ doen denken, maar eenmaal in Italië voor verrassingen kunnen zorgen.

    Pizza Hawaï

    Het is een klassieker die op bijna geen enkel pizzamenu ontbreekt: de pizza met stukjes ham en blokjes ananas. Toch? Eh, nee. Want hoe populair de pizza buiten Italië ook mag zijn, zo moeilijk is hij te vinden in het land van de pizza zelf. Waarom deze pizza niet en de pizza met frietjes en knakworst wel voet aan de grond heeft gekregen bij de anders zo conservatieve pizzabakkers? Daar kunnen we alleen maar naar gissen.

    Pizza Pepperoni

    “Waarom is er geen pittige salami te vinden op mijn pizza pepperoni, maar krijg ik deze vegetarische pizza zonder vlees? Salami is toch heel Italiaans?” Klopt, maar je pizza met hete salami heet ‘pizza alla diavola’ of ‘pizza con salame piccante’. Pizza ai Peperoni (let op: slechts 1 ‘p’!) is een pizza met gegrilde paprika’s erop. Ook heel erg lekker, maar een teleurstelling als je je net zo verheugde op pikante salami.

    Spaghetti alla Bolognese

    De Italiaanse serveerster zal je waarschijnlijk niet begrijpen als je om Spaghetti alla Bolognese vraagt. Het gerecht zoals wij dat kennen, is waarschijnlijk een buitenlandse variant op het Bolognese ‘tagliatelle al ragù’. Alleen zijn de tagliatelle vervangen door spaghetti. En is de ragù, de vleessaus, anders dan je gewend bent omdat het gekookt wordt op de Italiaanse manier. En zonder allerlei Italiaanse kruiden of chilipoeder. Als je het zo bekijkt is eigenlijk alleen de pasta en de naam van het gerecht erg Italiaans.

    Spaghetti met balletjes gehakt

    Als je je erop verheugd hebt om met je Italiaanse lover spaghetti met balletjes te eten zoals Lady en de Vagebond ooit deden, dan ga je van een koude kermis terugkomen. Pasta eet je namelijk niet met balletjes. Je kookt de gehaktballetjes hoogstens mee in de saus, want natuurlijk kennen ze in Italië heus wel ‘polpette’. Maar je eet ze niet tegelijk met de pasta en saus. Nooit.

    Spaghetti alla Carbonara

    Okay. Spaghetti alla Bolognese en Spaghetti met balletjes gehakt, daar kunnen de Italianen nog wel om glimlachen. Maar de manier waarop Spaghetti alla Carbonara buiten de landsgrenzen wordt klaargemaakt is voor velen als vloeken in de kerk. Mascarpone? Creme fraîche? Room? Een gebakken ei om het geheel af te maken? Hoe verzinnen ze het! Carbonara maak je met spek en losgeklopte eieren waar je wat geraspte parmezaanse of schapenkaas doorheen roert. Meer niet!

    Knoflookbrood

    Bij knoflookbrood denk je meteen aan Italië. Maar het is voor veel Italianen een mysterie waarom het knoflookbrood zoals we dat in Nederland kennen als Italiaans beschouwd wordt. Het stokbrood dat ervoor gebruikt wordt is van Franse origine. En als je al knoflook op brood gebruikt, dan wrijf je een teentje knoflook over een Toscaanse bruschetta. Je verstopt de knoflook niet in het deeg. En je mengt ook geen geplette knoflook door de boter.

    Italiaanse sladressing

    In Italië gebruiken ze olie, azijn en eventueel wat zout en citroensap om sla aan te maken. Dat is alles. De dressing die je altijd graag gebruikt om je salade dat Italiaanse tintje te geven zul je dus niet gauw in de Italiaanse supermarkten tegenkomen.

    Macaroni met ham en kaas

    Macaroni met ham en kaas, eventueel zelfs uit de oven, kan het Italiaanser? Oh ja, dat kan al gauw. De elleboogjes die wij macaroni noemen kennen ze in Italië namelijk niet. Wel maccheroni, maar die lijken in de verste verte niet op de Hollandse macaroni. En ze worden niet gegeten met ham en kaas, maar met ‘ragù’ (zie de uitleg bij Spaghetti alla Bolognese).

    Pasta met ketchup

    Dit is pure horror. Pasta, okay, da’s Italiaans, maar wel alleen als het op de juiste manier gekookt is in zout water. Ketchup heeft de kleur van tomatensaus en misschien komt er zelfs een tomaat aan te pas bij het maken ervan. Maar dat is dan ook het enige wat je misschien een beetje aan Italiaans eten zou kunnen doen denken. Laten we het er verder maar niet over hebben.

    Italiaanse kruiden voor bijvoorbeeld Italiaans gekruid gehakt

    Het blijft als zoeken naar een speld in een hooiberg: je speurtocht in de Italiaanse supermarkt naar een zakje of pakje Italiaanse kruiden voor je gehakt. Italianen gebruiken over het algemeen namelijk geen mix van fijngemalen spaanse pepertjes, tijm, rozemarijn, oregano, basilicum, peterselie, knoflook, marjoraan, salie en wat al niet meer gemengd wordt om in Nederland sauzen, soepen en vlees op zijn Italiaans te kruiden. Bij je gehaktmengsel doe je peterselie, bij de aardappeltjes in de oven een takje rozemarijn en in de tomatensaus basilicum. Kan het gemakkelijker?

    Italiaanse bollen

    Italiaanse bollen zijn een fenomeen dat in Italië geheel onbekend is. En dat is best bijzonder, want elke Italianse streek heeft zijn eigen broden en broodjes in allerlei vormen en maten. Toch is de kans dat je slaagt als je op zoek gaat naar dit uit de kluiten gewassen bolletje erg klein. Je zult dus tot thuis moeten wachten om weer een gevulde Italiaanse bol te eten.